-
Title
-
Letter to G.M. Verrijn Stuart
-
Date
-
1942
-
Date in document
-
yes
-
Formulas or calculations
-
no
-
Inventory number
-
NL-RtEUR_TBCOR01_010V012
-
3188
-
Storage location
-
Specifiek Magazijn
-
Filename
-
CDM3188_NL-RtEUR_TBCOR01_010V012.pdf
-
Provenance
-
Jan Tinbergen
-
Accrual Method
-
donation
-
Rights
-
-
Revised transcript
-
ne
Den Heer Prof. Verrijn Stuart A'dam
Prof. Dr. J. TINBERGEN DEN HAAG, 6 April '42
KAUWLAAN 4. TELEF. 394884.
Amice,
Het artikel van den heer Brouwer heb ik doorgelezen en het geeft mij aanleiding tot de volgende opmerkingen en suggesties. De hoofdgedachte van het voornaamste gedeelte, om een belonings-schaal te baseren op de verschillende elementen waarin men een productieve prestatie kan ontleden, lijkt mij zeer aanvaardbaar en de moeite van het uitwerken waard. De schrijver moet echter scherper definiëren. Ik meen te begrijpen dat de letters K, V, L, enz. in III zowel qualitatieve aanduidingen dezer elementen voorstellen als ook, (formule 5), en in elk geval in formule 10), de beloningen in geld die men aan de eenheid dezer elementen wil toerekenen. Dat staat er echter naar mijn smaak niet duidelijk genoeg. Voorts dient van de hoeveelheden k, v, l, enz. dezer elementen, die in elk beroep vereist zijn, wel te worden aannemelijk gemaakt, dat ze meetbaar zijn. Soortgelijke overwegingen gelden t.a.v. de verdere door hem ingevoerde coëfficiënten. In het bijzonder is een scherpere definitie van wat in formule 15) met "aanbod" en "vraag" bedoeld is (aangeboden en gevraagde hoeveelheden - bij een bepaalde prijs, enz.?) gewenst. Zijn weergave van Douglas' theorie lijdt eveneens aan vaagheid van definities; bovendien moet in formule 13) de Wi weggelaten worden: Douglas beschouwt als product ener industrietak de nettovoortbrenging. (Het jaartal 1941 moet zijn 1938).
De schrijver heeft, zoals gij met mij eens zult zijn, wel wat veel hooi op zijn vork genomen; veel van de franje met nieuwe woorden en wereld- en eeuwigheids-vergezichten zou kunnen wegblijven, tot voordeel van 's schrijvers reputatie. Als hij echter eens wel aandacht gaf aan de vraag of bij een beloningsstelsel als hij voorstelt (resp. uiteenzet) het evenwicht tussen vraag en aanbod op de verschillende onderdelen van de arbeidsmarkt zal kunnen worden gevonden, dan zou hij m.i. een mooi stuk werk kunnen doen. Bovendien zou hij nog dienen aan te tonen dat zijn beloningsstelsel niet zou voeren tot een onverdeelde rest of, erger, een tekort. Het is een oude kwestie uit de verdelingsleer, dat niet elke verdelingssleutel aan de eis voldoet dat de som der beloningen gelijk is aan de te verdelen opbrengst.
met vr. gr.
je J. Tinbergen.
-
en
To Mr. Prof. Verrijn Stuart A'dam
Prof. Dr. J. TINBERGEN THE HAGUE, 6 April '42
KAUWLAAN 4. TELEF. 394884.
Amice,
I have read through Mr. Brouwer's article and it gives me cause for the following remarks and suggestions. The main idea of the principal part, to base a remuneration scale on the various elements into which a productive performance can be analyzed, seems very acceptable to me and worth the effort of working out. The author must, however, define more sharply. I believe I understand that the letters K, V, L, etc. in III represent both qualitative indications of these elements as well as, (formula 5), and in any case in formula 10), the rewards in money that one wants to attribute to the unit of these elements. However, in my opinion, that is not stated clearly enough. Furthermore, it should be made plausible that the quantities k, v, l, etc. of these elements, which are required in every profession, are measurable. Similar considerations apply to the further coefficients introduced by him. In particular, a sharper definition of what is meant by "supply" and "demand" in formula 15) (quantities offered and demanded - at a certain price, etc.?) is desirable. His rendering of Douglas' theory also suffers from vagueness of definitions; moreover, in formula 13) the Wi must be omitted: Douglas considers the net production as the product of an industrial branch. (The year 1941 should be 1938).
The author has, as you will agree with me, taken on quite a lot; much of the fringe with new words and world- and eternity-vistas could be left out, to the benefit of the author's reputation. If, however, he were to pay attention to the question of whether, with a remuneration system as he proposes (or explains), the equilibrium between supply and demand in the various parts of the labor market could be found, then he could, in my opinion, do a fine piece of work. Moreover, he should still demonstrate that his remuneration system would not lead to an undivided remainder or, worse, a deficit. It is an old issue from distribution theory that not every distribution key meets the requirement that the sum of the rewards is equal to the yield to be distributed.
with kind regards
yours J. Tinbergen.