-
Title
-
Letter to H. Vos
-
Date
-
1953
-
Date in document
-
yes
-
Formulas or calculations
-
no
-
Inventory number
-
NL-RtEUR_TBCOR01_019U027
-
3408
-
Storage location
-
Specifiek Magazijn
-
Filename
-
CDM3408_NL-RtEUR_TBCOR01_019U027.pdf
-
Provenance
-
Jan Tinbergen
-
Accrual Method
-
donation
-
Rights
-
-
Revised transcript
-
ne
PROF. DR J. TINBERGEN Den Haag, 5 Mei 1953
Sijzenlaan 41
De Heer Ir H. VOS,
Julianaweg 16,
Wassenaar.
Beste Hein,
In overeenstemming met onze afspraak doe ik je hierbij een enkele opmerking toekomen omtrent het tweede gedeelte van je artikel, dat ik intussen aan de redactie van de E.-S.B. zal voorleggen. Het gaat daar om de vraag of in een gesloten volkshuishouding door loonsverhoging de werkloosheid kan worden verminderd. Het in je artikel beschouwde geval heeft m.i. als bijzondere kenmerken, dat er in de aanvangstoestand een onderbezetting bestaat, welke min of meer gelijk over een aantal bedrijven verspreid is, die ongeveer dezelfde productiviteit bezitten en bovendien hun prijzen berekenen naar de gemiddelde kosten, die zij bij die lage bezetting per eenheid product maken. Tevens is aangenomen, dat na de verhoging der lonen de prijzen opnieuw volgens de gemiddelde kosten berekend worden, waardoor ten gevolge van de hogere bezetting inderdaad ook na de loonstijging geen prijsverhoging behoeft op te treden. Een en ander betekent, dat in de aanvangstoestand een stilzwijgende of openlijke afspraak t.a.v. de hoogte der prijzen moet hebben gewerkt. Het zou namelijk in het belang van de individuele ondernemingen zijn geweest om door een geringe prijsverlaging clientèle van andere bedrijven aan te trekken, waardoor volle bezetting zou kunnen worden verkregen, doch blijkbaar is verondersteld dat deze geest van concurrentie niet aanwezig is. Ik geloof dat deze veronderstelling, die niet noodzakelijk onrealistisch behoeft te zijn, wel essentieel is voor de gehele constructie. Het alternatief, dat mijzelf realistischer lijkt, is dat in de aanvangstoestand de onderbezetting speciaal bestaat bij de kleine bedrijven, die wat productiviteit betreft vrij belangrijk achter staan bij de grote bedrijven. In een dergelijk geval is er geen mogelijkheid om door daden van actieve concurrentie uit de toestand van onderbezetting te geraken en in een dergelijk geval zal ook de uitwerking van een loonsverhoging anders liggen, namelijk in de geest zoals ik dat vroeger voor mijn modellen heb uiteengezet.
Afgezien dus van de vraag, welke der twee benaderingen voor de maatschappij als geheel op het ogenblik realistischer is, lijkt het mij nuttig dat dit verschil uit je artikel duidelijk blijkt, terwijl ik per slot van rekening zou willen opmerken, dat behalve het remedie van het collectiviseren ook het remedie van het scherper concurreren denkbaar zou zijn.
Je begrijpt dat ik met belangstelling je reacties zal afwachten.
Met vriendelijke groeten,
-
en
PROF. DR J. TINBERGEN The Hague, May 5, 1953
Sijzenlaan 41
Mr. Ir H. VOS,
Julianaweg 16,
Wassenaar.
Dear Hein,
In accordance with our agreement, I am hereby sending you a few remarks regarding the second part of your article, which I will meanwhile submit to the editorial board of the E.-S.B. It concerns the question of whether unemployment can be reduced in a closed national economy through wage increases. The case considered in your article has, in my opinion, the special characteristics that in the initial state there is underutilization, which is more or less equally distributed over a number of companies that possess approximately the same productivity and, moreover, calculate their prices based on the average costs they incur per unit of product at that low utilization. It is also assumed that after the wage increase, prices are again calculated according to average costs, so that as a result of the higher utilization, no price increase actually needs to occur even after the wage rise. All this means that in the initial state, a tacit or overt agreement regarding the level of prices must have been in effect. It would, after all, have been in the interest of individual enterprises to attract clientele from other companies through a slight price reduction, whereby full utilization could be achieved, but apparently, it is assumed that this spirit of competition is not present. I believe that this assumption, which does not necessarily have to be unrealistic, is essential for the entire construction. The alternative, which seems more realistic to me, is that in the initial state, the underutilization specifically exists among small companies, which lag quite significantly behind the large companies in terms of productivity. In such a case, there is no possibility of escaping the state of underutilization through acts of active competition and in such a case, the effect of a wage increase will also be different, namely in the spirit as I have previously explained for my models.
Apart from the question of which of the two approaches is currently more realistic for society as a whole, it seems useful to me that this difference is clearly evident from your article, while I would finally like to remark that besides the remedy of collectivization, the remedy of sharper competition would also be conceivable.
You will understand that I await your reactions with interest.
With kind regards,
-
extracted text
-
J . TINBERGEN
Den Haag, 5 Mei 1953
Sijjzenlaan M
De Heer Ir H. VOS,
Julianaweg 16,
Wassenaar,
Beste Hein,
In overeenstenmlng raet onze afspraak doe ik je
hierbij een enkele opmerking toekomen omtrent het tweede
gedeelte van je artikel, df)t ik intxissen aan de redactie
van de E.-S.B. zal voorleggen. Het gaat daar om de vraag
of in een gesloten volkshuishcudlng door loonsverhoging de
werkloosheid kan worden, verminderd. Ket in je artikel beschouwde geval heeft m, i. als bijzondere kenmerken, dat er
in de aanvangs toe stand een onderbezetting bestaat, welke
min of meer gelijk over een aantal bedrijven verspreid is,
die ongeveer dezelfde productiviteit bezitten en bovendien
h\in prijzen berekenen naar de gemiddelde kosten, die zij
bij die lage bezetting per eenheid product maken. Tevens is
Hangenomen, dat na de verhoging der lonen de prijzen opnieuw volgens de gemiddelde kosten berekend worden, waardoor
ten gevolge van de hogere oezetting inderdaad ook na de loonstijging geen prijsverhoging behoeft op te tijden. Een en
ander betekent, dat in de aanvarigetoeetand een stilzwijgende
of openlijke afspraak t. a.v, de hoogte der prijzen moet
hebben gewerkt. Het zou namelijk in het belang van de individuele ondernoningen zijn geweest ora door een geringe prljsverl>glng clientele van andere bedrijven aan te trekken,
waardoor volle bezetting zou kunnen worden verkregen, doch
blijkbaar is verondersteld dat deze geest van concurrentie
niet aanwezig Is. Ik geloof dat deze veronderstelling, die
niet noodzakelijk onrealistisch behoeft te zijn, wel essentieel^voor de gehele constructie. Het alternatief, dat mijzelf realistischer lijkt, is dat in de aanvan^fstoestejid de
onderbezetting speciaal bestaat bij de kleine bedrijven, die
wat productiviteit betreft vrij belangrijk achter staan bij
de grote bedrijven, In een dergelijk geval is er geen
mogelijkheid om door daden van actieve concurrentie
uit de toestand- van onderbezetting te geraken en in een
3
• ja i i
,1JÊ
«r .-
._
XBS . £ . 8 - . 2 *fc i^;>v
at tf*^
— - -
e^pt
:j(i;iX»S te-T?! "ic 'T\'n
as.
je?
-
- . ,;. hX9&
^rtr sir ftsxtoT rr*^ n_
Ö_^._ _
**r. *:
,
TOT ^S"^?-^ «S*?.*" t*f»
nsv
^."
ifltia •# *
nee
ai
as ae'A.Bie^
e& ]^nt&&esedis>bao
HBV/Aa«J"««Bi# Mi
dergelijk geval zal ook de uitwerking van een loonsverhoging
anders liggen, namelijk in de geest zoals ik dat vroeger
voor mijn modellen heh uiteengezet.
Afgezien dus van de vraag, welke der twee benaderingen voor de maatschappij als geheel op het ogenblik idealistischer ie, lijkt het mij nuttig dat dit versclill uit je
artikel duidelijk blijkt, temvijl ik per alot van rekening
zou willen opmerken, dat behalve het remedie van het collectiviseren ook het remedie van het scherper concurreren
denkbaar 2ou zijn.
Je benrrijpt dat ik met belangstelling je reactie»
aal afwachten.
Met vi'iendelijke groeten»
'"^ '^j O V
._,
,. „
_ ^
,„ „
_
..?? T-;rf?a.f+
• •fr.n .t«rf rrrïrr At^ftr^o?^ l ( i r i y.^. ^
rroK
ffi-