-
Title
-
Letter to A. Coppé
-
Date
-
1954
-
Date in document
-
yes
-
Formulas or calculations
-
no
-
Inventory number
-
NL-RtEUR_TBCOR01_021C013
-
8360
-
Storage location
-
Specifiek Magazijn
-
Filename
-
CDM8360_NL-RtEUR_TBCOR01_021C013.pdf
-
Provenance
-
Jan Tinbergen
-
Accrual Method
-
donation
-
Rights
-
-
Revised transcript
-
ne
PROF. DR J. TINBERGEN
DEN HAAG, 21 Juni 1954
Raamweg 18
De Heer Albert Coppé,
De Hoge Autoriteit van de Europese Kolen en Staal Gemeenschap,
Place de Metz, 2,
Luxemburg
Zeer geachte Heer Coppé,
Tijdens onze laatste bijeenkomst van de Commissie Marktontwikkeling bespraken wij het grote belang dat de EKSG heeft enerzijds bij een snelle algemene economische ontwikkeling en in de tweede plaats bij een verdere integratie van Europa, van welke laatste aangenomen mag worden dat zij ook de ontwikkeling zal bevorderen. Ik zegde toen toe U mijn persoonlijke opvattingen over deze aangelegenheid nog schriftelijk te formuleren en zou daarover gaarne het volgende opmerken.
De EKSG heeft niet slechts belang bij een voorspoedige ontwikkeling van Europa, doch evenzeer van een zodanige ontwikkeling buiten Europa. Voor beide geldt dat zij bevorderd kan worden door het bevorderen van investeringen in het algemeen. Zoals wij reeds vroeger hebben besproken is het juist de moeilijkheid van de Gemeenschap, dat zij op de vraag naar haar producten zelf zo weinig invloed kan oefenen. De sleutel tot de situatie ligt naar mijn idee veeleer in de financiële hoek: de bedragen die ter beschikking gesteld worden voor investeringen, zowel in als buiten Europa, zijn bepalend voor het tempo van de ontwikkeling in die gebieden. In het huidige tijdsgewricht wil dat in het bijzonder zeggen, dat de bedragen beschikbaar gesteld voor publieke investeringen van belang zijn. De particuliere investeringen, m.n. in de onderontwikkelde gebieden, zijn veel minder belangrijk geworden in verband met de politieke zelfstandigheid van een groot aantal dezer gebieden en in verband met het algemene feit dat in deze gebieden allereerst behoefte is aan fundamentele investeringen (wegen, energiebedrijven, woningen, scholing van de arbeiders) welke moeilijk door particulieren kunnen worden gefinancierd. Ik zie er daarom voor de EKSG een belang in, dat de activiteit van de Wereldbank alsmede van het nieuw op te richten SUNFED krachtig wordt voortgezet respectievelijk aangepakt.
Ook ten aanzien van de integratie van Europa meen ik dat een strategisch belang gelegen is in het verder bevorderen van de publieke investeringen, in dit geval in het bijzonder van investeringen in Italië, waarvan het Zuidelijke gedeelte de zwakke plek is in onze West-Europese samenleving. Het zou zich laten denken dat door een krachtig initiatief tot bijstand aan Italië voor de ontwikkeling van Zuid-Italië een verdere stimulans zou worden gegeven aan de bereidheid van Italië om de integratie ook op andere terreinen voort te zetten.
Het een zowel als het andere is niet uitsluitend een kwestie van economische maar in belangrijke mate ook van internationale politiek. Een internationale politiek die voor de problemen der onderontwikkelde landen een open oog heeft en bereid is naar het voorbeeld van het Marshal-plan zekere offers te brengen, is m.i. hetgeen waaraan wij behoefte hebben. Ik heb tijdens ons laatste onderhoud begrepen dat U hierover ten dele anders denkt; ik meende niettemin goed te doen U mijn gedachten kort geformuleerd te doen toekomen.
Met de meeste hoogachting,
(J. Tinbergen)
-
en
PROF. DR J. TINBERGEN
THE HAGUE, 21 June 1954
Raamweg 18
Mr. Albert Coppé,
The High Authority of the European Coal and Steel Community,
Place de Metz, 2,
Luxembourg
Dear Mr. Coppé,
During our last meeting of the Market Development Commission, we discussed the great importance that the ECSC has, on the one hand, in rapid general economic development and, on the other hand, in further integration of Europe, of which the latter may be assumed to also promote development. I promised then to formulate my personal views on this matter in writing and would like to make the following remarks.
The ECSC is not only interested in a prosperous development of Europe, but equally in such development outside Europe. For both, it holds that they can be promoted by encouraging investment in general. As we have discussed before, the difficulty for the Community is precisely that it can exert so little influence on the demand for its products itself. In my view, the key to the situation lies rather in the financial corner: the amounts made available for investment, both inside and outside Europe, determine the pace of development in those areas. In the current era, this means in particular that the amounts made available for public investment are important. Private investments, especially in underdeveloped areas, have become much less important in connection with the political independence of a large number of these areas and in connection with the general fact that in these areas there is first and foremost a need for fundamental investments (roads, energy companies, housing, training of workers) which can hardly be financed by private individuals. I therefore see an interest for the ECSC in the activity of the World Bank as well as the newly to be established SUNFED being vigorously continued or tackled respectively.
Also with regard to the integration of Europe, I believe that a strategic interest lies in further promoting public investment, in this case in particular investment in Italy, of which the Southern part is the weak spot in our West European society. It could be imagined that a strong initiative for assistance to Italy for the development of Southern Italy would provide a further stimulus to Italy's willingness to continue integration in other areas as well.
Both are not exclusively a matter of economics but to a significant extent also of international politics. An international policy that has an open eye for the problems of underdeveloped countries and is prepared to make certain sacrifices following the example of the Marshall Plan is, in my opinion, what we need. I understood during our last conversation that you partly think differently about this; I nevertheless thought it good to send you my thoughts briefly formulated.
With highest regards,
(J. Tinbergen)