-
Title
-
Letter to Levensverzekering-Maatschappij N.O.G.
-
Date
-
1952
-
Date in document
-
yes
-
Formulas or calculations
-
no
-
Inventory number
-
NL-RtEUR_TBCOR01_017N009
-
4339
-
Storage location
-
Specifiek Magazijn
-
Filename
-
CDM4339_NL-RtEUR_TBCOR01_017N009.pdf
-
Provenance
-
Jan Tinbergen
-
Accrual Method
-
donation
-
Rights
-
-
Revised transcript
-
ne
290
12 Mei 1952
Levensverzekering-Maatschappij opgericht in 1863 door het N.O.G. Prinsengracht 959-963, AMSTERDAM-C.
Betreffende vergadering Commissie van Deelhebbers
Mijne Heren,
Zoals ik U reeds schreef is het onwaarschijnlijk dat ik morgenmiddag de vergadering zal kunnen bijwonen. Naar aanleiding van de agenda zou ik gaarne een enkele opmerking over de pensioenregeling maken. Indien het maximum van ƒ 4000.- een vóóroorlogs maximum was, vind ik de verhoging tot ƒ 4400.- wel erg weinig. Het is bekend dat de kosten van levensonderhoud thans staan op 250% van vóór de oorlog en ofschoon de meeste salarissen niet in deze verhouding zijn gestegen is een stijging met 10% toch wel erg weinig, zelfs wanneer men rekening houdt met het kleiner aantal dienstjaren dat thans nodig is. Ik vraag mij af of men hier niet tot ƒ 5000.- moet gaan. (Te Uwer informatie diene dat dit maximum voor ambtenaren thans
906
ƒ 4800.- bedraagt.)
Indien voorts het gevolg van punt 5 (weduwenpensioen) zou zijn dat dit pensioen voor weduwen van beambten met een klein aantal dienstjaren aanmerkelijk zou worden beperkt, vraag ik mij eveneens af of dit overeenkomstig de bedoeling van het weduwenpensioen is. Het komt mij voor dat dan daar de oude regeling toch zou moeten worden gehandhaafd.
Bij punt 6 is mijn vraag of volle wezen, ook wanneer de moeder reeds eerder gestorven was, een dubbel wezenpensioen krijgen.
Tenslotte een algemene opmerking naar aanleiding van punt 8. Ik begrijp dat ik hiermede wellicht aan de beginselen raak van levensverzekeringen in het algemeen, doch ik ben van mening dat het in de grond onrechtvaardig is iemand, die een slechte gezondheid heeft, niet in een verzekering te willen opnemen. In het algemeen kan men toch stellen dat deze slechte gezondheid voor de betrokkene vrijwel steeds evengoed een risico is als een ongeval of welke andere tegenslag ook en geen gevolg behoeft te zijn van geringere prestaties. Ik zou hier dus ook zo ver willen gaan dat een dergelijk risico door de werkgever wordt gedragen.
Kan men ten aanzien van de procuratiehouders, die de maatschappij in 1951 verlieten, niet een overgangsregeling voorstellen halverwege tussen de oude en de nieuwe regeling?
Met vriendelijke groeten,
hoogachtend,
-
en
290
May 12, 1952
Life Insurance Company founded in 1863 by the N.O.G. Prinsengracht 959-963, AMSTERDAM-C.
Regarding meeting of the Committee of Participants
Gentlemen,
As I already wrote to you, it is unlikely that I will be able to attend the meeting tomorrow afternoon. Following the agenda, I would like to make a few remarks about the pension scheme. If the maximum of ƒ 4000.- was a pre-war maximum, I find the increase to ƒ 4400.- very little indeed. It is known that the cost of living now stands at 250% of before the war and although most salaries have not risen in this proportion, an increase of 10% is still very little, even when taking into account the smaller number of years of service that is now required. I wonder if one should not go up to ƒ 5000.- here. (For your information, this maximum for civil servants currently amounts to
906
ƒ 4800.-.)
Furthermore, if the consequence of point 5 (widow's pension) were to be that this pension for widows of employees with a small number of years of service would be significantly limited, I also wonder whether this is in accordance with the intention of the widow's pension. It seems to me that the old regulation should then be maintained there.
Regarding point 6, my question is whether full orphans, even if the mother had died earlier, receive a double orphan's pension.
Finally, a general remark following point 8. I understand that I may be touching upon the principles of life insurance in general, but I am of the opinion that it is fundamentally unjust to refuse to include someone who has poor health in an insurance policy. In general, one can state that this poor health is almost always just as much a risk for the person concerned as an accident or any other setback and does not necessarily have to be a result of lower performance. I would therefore like to go so far as to suggest that such a risk be borne by the employer.
Regarding the authorized signatories who left the company in 1951, could a transitional arrangement be proposed halfway between the old and the new regulation?
With kind regards,
sincerely,