-
Title
-
Letter to Lippmann, Rosenthal & Co.
-
Date
-
1950
-
Date in document
-
yes
-
Formulas or calculations
-
no
-
Inventory number
-
NL-RtEUR_TBCOR01_014L007
-
1564
-
Storage location
-
Specifiek Magazijn
-
Filename
-
CDM1564_NL-RtEUR_TBCOR01_014L007.pdf
-
Provenance
-
Jan Tinbergen
-
Accrual Method
-
donation
-
Rights
-
-
Revised transcript
-
ne
15 November 1950
Lippmann, Rosenthal & Co, Nieuwe Spiegelstraat 6-8, Amsterdam .
Mijne Heren,
In Uw financieel overzicht van Vrijdag 10 November jl. wijdt U enige ruimte aan mijn voordracht te Arnhem. Tot mijn spijt hebt U U echter gebaseerd op ongeverifieerde krantenberichten en de indruk gewekt alsof ik namens de Regering heb gesproken. Dit is een misverstand.
Wat het door U aangeroerde punt betreft geloof ik dat men de zaak aldus mag zien. Uiteraard overweegt de Regering voortdurend in welke opzichten zij haar beleid zou moeten of kunnen wijzigen en Uw suggestie dat de Regering eerder iets heeft te veranderen in haar houding dan het bedrijfsleven is dus in zekere zin overbodig.. Natuurlijk kan het voorkomen dat er meningsverschil bestaat tussen de Regering en sommige harer beoordelers, doch er zijn voldoende gelegenheden tot discussie om te voorkomen dat de Regering iets zou nalaten omdat niemand op het idee was gekomen.
Het was mij echter om een ander punt te doen. Het kan nl. ook gebeuren dat bepaalde voor de situatie van het land noodzakelijke maatregelen ofwel door de Regering ofwel door het bedrijfsleven zelf genomen kunnen worden. Denken wij aan de noodzaak die de meeste regeringen tijdens de oorlog hebben gezien tot het laag houden van het prijsniveau. Het zou kunnen zijn dat een dergelijke noodzaak binnenkort weer aanwezig zou zijn; in feite ben ik persoonlijk van die mening, doch dat wil ik buiten het geding houden. Indien nu het bedrijfsleven door hier zelf iets te doen regeringsbemoeienis kan voorkomen zal dat toch, dunkt mij, door het bedrijfsleven zelf worden toegejuicht en is daarin een aanleiding gelegen om tot initiatieven van het bedrijfsleven te komen. Dit was de opmerking die ik in Arnhem heb gemaakt en het is mij niet duidelijk dat wij het daarover oneens behoeven te zijn.
Hoogachtend,
laa
-
en
November 15, 1950
Lippmann, Rosenthal & Co, Nieuwe Spiegelstraat 6-8, Amsterdam .
Gentlemen,
In your financial overview of Friday, November 10 last, you devote some space to my presentation in Arnhem. To my regret, however, you based yourself on unverified newspaper reports and created the impression as if I spoke on behalf of the Government. This is a misunderstanding.
As far as the point raised by you is concerned, I believe that the matter may be seen in this way. Naturally, the Government is constantly considering in what respects it should or could change its policy, and your suggestion that the Government should change something in its attitude sooner than the business community is therefore in a certain sense superfluous. Of course, it can happen that there is a difference of opinion between the Government and some of its critics, but there are sufficient opportunities for discussion to prevent the Government from omitting something because no one had come up with the idea.
However, I was concerned with another point. It can also happen that certain measures necessary for the situation of the country can be taken either by the Government or by the business community itself. Let us think of the necessity that most governments saw during the war to keep the price level low. It could be that such a necessity would soon be present again; in fact, I am personally of that opinion, but I want to keep that out of the argument. If the business community can prevent government interference by doing something here itself, that will, it seems to me, be welcomed by the business community itself and provides an occasion to come to initiatives from the business community. This was the remark I made in Arnhem and it is not clear to me that we need to disagree about that.
Sincerely,
laa