-
Title
-
Letter to A.C. Jitta
-
Date
-
1951
-
Date in document
-
yes
-
Formulas or calculations
-
no
-
Inventory number
-
NL-RtEUR_TBCOR01_015J019
-
893
-
Storage location
-
Specifiek Magazijn
-
Filename
-
CDM893_NL-RtEUR_TBCOR01_015J019.pdf
-
Provenance
-
Jan Tinbergen
-
Accrual Method
-
donation
-
Rights
-
-
Revised transcript
-
ne
PROF. DR J. TINBERGEN
bg
DEN HAAG, 28 September 1951
Sijzenlaan 41
De Hooggeleerde Heer Prof. Mr A.C. Josephus Jitta, Flatgebouw "Zorgvliet", Alex. Gogelweg 33, 's-Gravenhage.
Waarde Collega,
In antwoord op Uw vraag betreffende het proefschrift van de heer W.P. Roelofs diene, dat ik enkele hoofdstukken heb doorgenomen, waaronder degene die meer in het bijzonder op mijn gebied liggen (12 en 13). Daarbij heb ik indrukken van vroeger contact met de heer Roelofs bevestigd bevonden, dat deze behoorlijk werk heeft geleverd. Wel draagt dit in zijn uitdrukkingswijze de sporen van de opleiding van betrokkene, waardoor de kwantitatieve zijde vaak scherp belicht wordt, terwijl bij de kwalitatieve zijde het accent weleens voor economen minder overtuigend gelegd wordt. Dit komt mij b.v. voor te gelden voor [hoofdstuk 4], dat ik niet overmatig duidelijk vind.
Het proefschrift van de heer Roelofs voldoet naar mijn mening echter zeker aan de eis, dat zelfstandig wetenschappelijk werk is geleverd van voldoende kwaliteit om het verlenen van de doctorsgraad te rechtvaardigen. Ik moge hierbij nog aantekenen, dat stelling 14 betrekking heeft op een bekend punt uit de moderne "theory of social value".
Afschrift van deze brief heb ik aan onze collega Veraart gezonden.
Met collegiale groeten,
-
en
PROF. DR J. TINBERGEN
bg
THE HAGUE, 28 September 1951
Sijzenlaan 41
The Highly Learned Gentleman Prof. Mr A.C. Josephus Jitta, Apartment Building "Zorgvliet", Alex. Gogelweg 33, The Hague.
Dear Colleague,
In response to your question regarding the dissertation of Mr. W.P. Roelofs, let it serve that I have reviewed several chapters, including those that lie more specifically within my field (12 and 13). In doing so, I found confirmed impressions from previous contact with Mr. Roelofs, that he has produced decent work. However, in its mode of expression, it bears the traces of the individual's training, whereby the quantitative side is often sharply highlighted, while on the qualitative side, the emphasis is sometimes placed less convincingly for economists. This seems to me, for example, to apply to [chapter 4], which I do not find excessively clear.
In my opinion, however, Mr. Roelofs' dissertation certainly meets the requirement that independent scientific work of sufficient quality has been produced to justify the granting of the doctoral degree. I may also note here that thesis 14 relates to a well-known point from the modern "theory of social value".
I have sent a copy of this letter to our colleague Veraart.
With collegial greetings,