-
Title
-
Letter to D.M. de Weerdt
-
Recipient
-
Weerdt, D.M. de
-
Date
-
1939
-
Date in document
-
yes
-
Formulas or calculations
-
no
-
Inventory number
-
NL-RtEUR_TBCOR01_009W007
-
2336
-
Storage location
-
Specifiek Magazijn
-
Filename
-
CDM2336_NL-RtEUR_TBCOR01_009W007.pdf
-
Provenance
-
Jan Tinbergen
-
Accrual Method
-
donation
-
Rights
-
-
Revised transcript
-
ne
Den Haag, 4 October, 1939.
Den Heer D. M. de Weerdt, Buurtweg 147, Wassenaar. (Postadres Den Haag)
Zeer geachte Heer de Weerdt,
Uw brief van 15 Aug. j.l. kwam in mijn bezit, doch door velerlei werkzaamheden ontbrak mij de tijd om daarop onmiddellijk te antwoorden. Gaarne stel ik thans nog mijn opvattingen naast de in Uw brief verdedigde. Intussen is natuurlijk door het uitbreken van de oorlog de situatie in zoverre gewijzigd, dat ook U de productie van bewapeningsgoederen wel niet geheel en al verwerpelijk zult achten. Van mijn kant wil ik graag toegeven, dat, indien ik het voor het zeggen had, ik de productie van bewapeningsgoederen natuurlijk liever nergens zag geschieden, doch wanneer eenmaal in één land een dergelijke weg wordt opgegaan, is het, en in het bijzonder onder de tegenwoordige omstandigheden, moeilijk te vermijden in andere landen die weg niet ook op te gaan.
Uw opmerkingen over het verschil tussen welvaartsverhoging en de verhoging van de werkgelegenheid, aanvaard ik in principe natuurlijk ook, doch ik geloof niet, dat men binnen korte tijd zal kunnen bereiken, dat, zoals U dat wenst, de
II
productiemiddelen onteigend worden. Ik ga dus uit van het gegeven, dat wij moeten voortwerken met de particuliere ondernemingen en voor deze geldt nu eenmaal, dat beschikking over goederen slechts gegeven wordt aan hen, die in het productieproces mede werken. Vandaar dat onder de huidige omstandigheden welvaartsvermeerdering voor werklozen slechts kan verkregen worden door hen aan werk te helpen. Naar mijn mening zou een plotselinge socialisatie van alle productiemiddelen leiden tot een toestand, waarbij zeker voorlopig de arbeidsproductiviteit zou dalen. De gemeenschap zou niet plotseling in staat zijn om de productie in zovele takken tegelijk goed te organiseren en het resultaat zou zijn, dat velerlei verspilling van krachten optrad. Slechts door geleidelijk beïnvloeden van het bestaande, zo subtiele apparaat van de productie en de distributie zal men dit tot een hogere efficiency in maatschappelijke zin kunnen opvoeren. Aangezien echter zij, die werkloos zijn, vooral op korte termijn moeten worden geholpen, verwacht ik voor hen van socialisatie dan ook geen heil. Wel geloof ik, dat bij het beramen van maatregelen op langere termijn, men zich steeds zal moeten afvragen: hoe zou de productie moeten zijn, indien wij vanuit één punt konden zorgdragen voor een zo goed mogelijke voorziening van de gehele bevolking met goederen. Ook geloof ik, dat op de lange duur een dergelijke voorziening beter zal verkregen kunnen worden,
III
indien de gemeenschap zeggingschap heeft over de voornaamste productiemiddelen, doch dit alles eist zorgvuldige en geleidelijke voorbereiding en in het bijzonder vergroting van onze kennis omtrent de maatschappelijke samenhangen en het kweken van een groep zelfstandige deskundigen op het gebied van de productie en de organisatie. Ik geloof, dat men bijv. in Rusland veel leergeld heeft betaald met overhaaste socialisatie.
In de hoop hiermee de voornaamste punten van Uw brief te hebben beantwoord, teken ik, hoogachtend, (J. Tinbergen)
-
en
The Hague, 4 October, 1939.
Mr. D. M. de Weerdt, Buurtweg 147, Wassenaar. (Postal address The Hague)
Dear Mr. de Weerdt,
Your letter of Aug. 15 last came into my possession, but due to various activities I lacked the time to answer it immediately. I would now like to place my views alongside those defended in your letter. In the meantime, of course, due to the outbreak of the war, the situation has changed to the extent that you too will probably not consider the production of armaments entirely reprehensible. For my part, I would like to admit that, if I had the say, I would of course rather see the production of armaments happen nowhere, but once such a path is taken in one country, it is, and especially under present circumstances, difficult to avoid not taking that path in other countries as well.
Your remarks about the difference between increasing prosperity and increasing employment, I also accept in principle of course, but I do not believe that it will be possible to achieve within a short time that, as you wish, the
II
means of production are expropriated. I therefore start from the premise that we must continue to work with private enterprises and for these it is a fact that control over goods is only given to those who participate in the production process. That is why, under current circumstances, an increase in prosperity for the unemployed can only be obtained by helping them to find work. In my opinion, a sudden socialization of all means of production would lead to a situation in which, at least for the time being, labor productivity would fall. The community would not suddenly be able to organize production well in so many branches at once and the result would be that various wastes of energy would occur. Only by gradually influencing the existing, so subtle apparatus of production and distribution will it be possible to raise this to a higher efficiency in a social sense. However, since those who are unemployed must be helped especially in the short term, I do not expect any salvation for them from socialization. I do believe, however, that when planning measures in the longer term, one will always have to ask oneself: what should production be like if we could ensure the best possible provision of goods for the entire population from a single point. I also believe that in the long run such a provision will be better obtained,
III
if the community has a say over the main means of production, but all this requires careful and gradual preparation and in particular an increase in our knowledge of social connections and the cultivation of a group of independent experts in the field of production and organization. I believe that, for example, in Russia a high price has been paid for hasty socialization.
In the hope of having answered the main points of your letter, I remain, sincerely, (J. Tinbergen)