-
Title
-
Letter to J.B.D. Derksen
-
Date
-
1953
-
Date in document
-
yes
-
Formulas or calculations
-
no
-
Inventory number
-
NL-RtEUR_TBCOR01_018D006
-
4992
-
Storage location
-
Specifiek Magazijn
-
Filename
-
CDM4992_NL-RtEUR_TBCOR01_018D006.pdf
-
Provenance
-
Jan Tinbergen
-
Accrual Method
-
donation
-
Rights
-
-
Revised transcript
-
ne
PROF. DR J. TINBERGEN Den Haag, 10 April 1953
Sijzenlaan 41
De Hooggeleerde Heer Prof. J.B.D. DERKSEN, 24 Beech Knoll Road, FOREST HILLS, New York 75, N.Y. USA.
Beste Dick,
Hartelijk dank voor je brief, gedateerd Maart 1953, over mijn boekje ON THE THEORY OF ECONOMIC POLICY. Mijns inziens behoef je nooit te aarzelen of je mij iets moet zeggen, want je weet wel dat ik elke gedachtenwisseling altijd op prijs stel en elke critiek kan verdragen. Niettemin heb ik wel behoefte om over deze brief iets terug te zeggen, omdat ik toch wel meen dat je het boekje verkeerd geïnterpreteerd hebt. Vergeet niet dat het heet ON the Theory etc., hetgeen wil zeggen, dat het geen volledigheid nastreeft. Vergeet ook niet, dat het heet On the THEORY etc., zodat het boekje evenmin een keuze van de auteur wil inhouden. Een programma van Nederlandse economische politiek moet je er dus niet in zoeken. Ook niet een programma van economische politiek, zoals ik dat zie. Het gaat er alleen om het verschijnsel economische politiek nader te analyseren. Wat je noemt de milde critische opmerkingen zijn opmerkingen, die misschien mild zijn uit een algemeen gevoel van humor voor de menselijke zwakten, die er in tot uitdrukking komen. Mijn eigen ideeën over wat er in Nederland en in de wereld moet gebeuren, zijn vrij bepaald en ik hoop daarvan nog wel eens te kunnen laten blijken. In het kader van het boekje zou het m.i. geen zin hebben over het regeringsstelsel van Nederland uitvoerig te schrijven.
Je bent blijkbaar in het bijzonder gevallen, op blz. 71, over wat daar over revolutie staat. Misschien is een goede verwijzing in dit opzicht naar de lopende jaargang van The Economic Journal, blz. 214. Er zijn nu eenmaal landen in de wereld waar de economische politiek zo slecht is, dat weleens een revolutie zou kunnen uitbreken tegen bepaalde verouderde en geprivilegieerde groepen, die ten onrechte het heft in handen houden. Een keuze daaromtrent doet mijn boekje ook al weer niet, maar het constateert dat het voorspellen van de gevolgen van dergelijke ingrijpende veranderingen in de economische politiek wetenschappelijk zeer moeilijk is, omdat wij op zijn hoogst slechts voor kleine veranderingen in dezelfde structurele omgeving iets omtrent de reacties der mensen kunnen zeggen.
Uiteraard kan ik nog al wat onderschrijven van wat je zegt op blz. 3 van je brief, maar zoals ik hierboven al zei, het was geenszins mijn bedoeling een volledige programmatische uiteenzetting te geven van wat ik de meest gewenste economische politiek zou achten. Ik ben daar overigens de laatste tijd aan bezig geweest en mag o.a. verwijzen naar de Revue Economique, terwijl nog andere dingen op komst zijn. Misschien dat deze opmerkingen je iets begrijpelijker maken waarom ik de laatste twee hoofdstukken van mijn boekje gunstiger beoordeel dan jij. Zij waren m.i. gewenst als kanttekening bij de eerste hoofdstukken, teneinde het geval te voorkomen dat sommige lezers zouden denken, dat in de economische politiek de hoofdrol wordt gespeeld door economische analyse. Ik schat altijd dat dat voor ongeveer 10% het geval is. De overige 90% van de economische politiek worden door andere factoren gevormd.
Met hartelijke groeten,
-
en
PROF. DR J. TINBERGEN The Hague, 10 April 1953
Sijzenlaan 41
The Highly Learned Gentleman Prof. J.B.D. DERKSEN, 24 Beech Knoll Road, FOREST HILLS, New York 75, N.Y. USA.
Dear Dick,
Thank you very much for your letter, dated March 1953, about my booklet ON THE THEORY OF ECONOMIC POLICY. In my view, you should never hesitate to say something to me, because you know that I always appreciate any exchange of ideas and can tolerate any criticism. Nevertheless, I feel the need to say something back about this letter, because I do think that you have misinterpreted the booklet. Do not forget that it is called ON the Theory etc., which is to say that it does not strive for completeness. Do not forget either that it is called On the THEORY etc., so that the booklet does not intend to contain a choice of the author either. You should therefore not look for a program of Dutch economic policy in it. Nor a program of economic policy as I see it. It is only about analyzing the phenomenon of economic policy in more detail. What you call the mild critical remarks are remarks that are perhaps mild out of a general sense of humor for the human weaknesses expressed in them. My own ideas about what should happen in the Netherlands and in the world are quite definite and I hope to be able to show them sometime. In the context of the booklet, it would, in my opinion, make no sense to write extensively about the government system of the Netherlands.
You have apparently particularly taken issue, on page 71, with what is written there about revolution. Perhaps a good reference in this regard is to the current volume of The Economic Journal, page 214. There are simply countries in the world where economic policy is so bad that a revolution could sometimes break out against certain outdated and privileged groups that wrongly hold the reins. My booklet does not make a choice regarding that either, but it notes that predicting the consequences of such radical changes in economic policy is scientifically very difficult, because we can at most say something about people's reactions only for small changes in the same structural environment.
Naturally, I can subscribe to quite a bit of what you say on page 3 of your letter, but as I said above, it was by no means my intention to give a complete programmatic exposition of what I would consider the most desirable economic policy. I have, by the way, been working on that lately and may refer, among other things, to the Revue Economique, while other things are on the way. Perhaps these remarks will make it somewhat more understandable why I judge the last two chapters of my booklet more favorably than you do. They were, in my opinion, desirable as a side note to the first chapters, in order to prevent the case where some readers might think that the leading role in economic policy is played by economic analysis. I always estimate that this is the case for about 10%. The remaining 90% of economic policy is formed by other factors.
With kind regards,