-
Title
-
Letter to P.P. van Berkum
-
Date
-
1954
-
Date in document
-
yes
-
Formulas or calculations
-
no
-
Inventory number
-
NL-RtEUR_TBCOR01_021B018
-
9076
-
Storage location
-
Specifiek Magazijn
-
Filename
-
CDM9076_NL-RtEUR_TBCOR01_021B018.pdf
-
Provenance
-
Jan Tinbergen
-
Accrual Method
-
donation
-
Rights
-
-
Revised transcript
-
ne
147 D/T T/Vos 3 Augustus 4
De Hooggeleerde Heer Prof. Dr P.P. van Berkum, Directeur van het Economisch-Sociologisch Instituut, Bosscheweg 343, Tilburg.
Waarde Van Berkum,
Enkele weken geleden werden wij verrast door het aanbod dat vanwege de Senaat van de Katholieke Economische Hogeschool gedaan is aan onze medewerker Bosman. Het doet ons uiteraard bijzonder genoegen dat wederom een onzer medewerkers de eer te beurt valt tot een taak aan de Hogeschool te worden geroepen en dit genoegen overheerst. Niettemin is er natuurlijk ook wel enige zorg, omdat wij nu betrekkelijk snel nadat wij onze monetaire expert Schouten vrijwel geheel hebben moeten afstaan hetzelfde zien gebeuren met zijn opvolger. Je zult het dan ook wellicht billijken dat ik nog een ogenblikje aandacht vraag voor één zijde van dit aanbod, die door mij gewoonlijk anders gezien is dan het aan de heer Bosman voorgestelde. Hem is gevraagd om zich geheel en al ter beschikking te stellen van de Hogeschool en het Instituut. Ik zou gaarne pleiten voor een oplossing waarbij de heer Bosman b.v. drie dagen in de week ter beschikking zou staan van Tilburg en 2 1/2 dag van het Centraal Planbureau. Zoals je weet heb ik zelf jarenlang deze combinatie op soortgelijke wijze bestaan en ik ben doordrongen van de grote waarde die zij heeft voor beide kanten van het werk. Dit geldt in het bijzonder voor zo'n jonge man als Bosman, die er m.i. groot profijt van zal hebben indien hij voor een deel van zijn taak in voortdurend contact staat met de vraagstukken die bij de regering leven. Een te eenzijdige ontwikkeling in theoretische richting wordt op die wijze vermeden, terwijl aan de andere kant het voor het werk aan het Planbureau zeer waardevol is dat de onderwijstaak van de betrokkene hem steeds oefent in het bezien op een zekere afstand van de problemen.
Men kan aanvoeren dat het op den duur een te vermoeiende combinatie is. Met het groeien der verantwoordelijkheden is dat ook wel zo, doch op de leeftijd en in de posities van de heer Bosman lijkt mij dit nog niet het geval te zijn en overheersen, naar mijn mening, de voordelen van de combinatie. Ik geloof dat men in drie volle dagen per week zowel een onderwijstaak als een examentaak alsook een taak aan het Instituut kan vervullen, zonder dat dit tot een te grote druk behoeft te leiden. Ik zou het bijzonder op prijs stellen als de Senaat van de Katholieke Economische Hogeschool mijn standpunt bij nader inzien zou kunnen delen. Beide instellingen zouden ermede gebaat zijn, en eveneens de betrokkene.
Daar ik begrijp dat jij als Directeur van het Instituut in het bijzonder ook in deze zaak geïnteresseerd bent, schrijf ik jou in plaats van te schrijven aan de Senaat, doch het spreekt wel vanzelf dat mijn brief voor niemand iets te verbergen heeft. Mocht je er toe kunnen besluiten de zaak nogeens ter sprake te brengen, en mocht het daarbij mogelijk zijn een oplossing in bovengenoemde trant te bereiken, dan zou ik daarvoor zeer dankbaar zijn.
Met vriendelijke groeten,
(J. Tinbergen)
-
en
147 D/T T/Vos 3 August 4
The Highly Learned Mr. Prof. Dr. P.P. van Berkum, Director of the Economic-Sociological Institute, Bosscheweg 343, Tilburg.
Dear Van Berkum,
A few weeks ago we were surprised by the offer made on behalf of the Senate of the Catholic Economic University to our employee Bosman. It naturally gives us great pleasure that once again one of our employees has the honor of being called to a task at the University, and this pleasure prevails. Nevertheless, there is of course some concern, because now, relatively soon after we had to give up our monetary expert Schouten almost entirely, we see the same thing happening with his successor. You will therefore perhaps find it reasonable that I ask for a moment's attention for one side of this offer, which is usually seen differently by me than what was proposed to Mr. Bosman. He has been asked to make himself fully available to the University and the Institute. I would like to advocate for a solution in which Mr. Bosman would, for example, be available to Tilburg for three days a week and to the Central Planning Bureau for 2 1/2 days. As you know, I myself have existed in this combination in a similar way for years, and I am convinced of the great value it has for both sides of the work. This applies in particular to such a young man as Bosman, who in my opinion will benefit greatly if he is in constant contact with the issues that live within the government for part of his task. A too one-sided development in a theoretical direction is avoided in this way, while on the other hand, for the work at the Planning Bureau, it is very valuable that the teaching task of the person concerned constantly trains him in viewing the problems from a certain distance.
One could argue that in the long run it is too tiring a combination. With the growth of responsibilities this is indeed the case, but at the age and in the positions of Mr. Bosman this does not yet seem to me to be the case and, in my opinion, the advantages of the combination prevail. I believe that in three full days per week one can fulfill both a teaching task and an examination task as well as a task at the Institute, without this having to lead to too much pressure. I would particularly appreciate it if the Senate of the Catholic Economic University could share my point of view upon closer inspection. Both institutions would benefit from this, as would the person concerned.
Since I understand that you as Director of the Institute are also particularly interested in this matter, I am writing to you instead of writing to the Senate, but it goes without saying that my letter has nothing to hide from anyone. Should you be able to decide to bring the matter up again, and should it be possible to reach a solution in the manner mentioned above, I would be very grateful for that.
With kind regards,
(J. Tinbergen)