-
Title
-
Letter to J. de Bruin
-
Date
-
1952
-
Date in document
-
yes
-
Formulas or calculations
-
no
-
Inventory number
-
NL-RtEUR_TBCOR01_018B037
-
5858
-
Storage location
-
Specifiek Magazijn
-
Filename
-
CDM5858_NL-RtEUR_TBCOR01_018B037.pdf
-
Provenance
-
Jan Tinbergen
-
Accrual Method
-
donation
-
Rights
-
-
Revised transcript
-
ne
44
5 Januari 1952
Meester J. de Bruin,
Rijswijksestraat 157,
Den Haag.
Zeer geachte Meester de Bruin,
Uw noodkreet in het Decembernummer van de Mussenvriend heeft in elk geval dit goede gevolg gehad, dat ik mijn bijdrage overeenkomstig mijn reeds langer bestaande plan een beetje verhoogd heb. Maar de zaken zelf, waarover U schrijft, zijn natuurlijk veel ernstiger dan dit. U kunt ervan verzekerd zijn dat ik in mijn werk, d.w.z. het adviseren over de economische politiek van de regering, steeds tracht om met dergelijke fundamentele dingen als waarover U hebt geschreven, rekening te houden. Zo heeft dus in het afgelopen jaar het werkloosheidsvraagstuk mijn sterke aandacht gehad en ofschoon ik wiskunde gestudeerd heb ben ik zeker niet degene, die betoogt dat de huidige werkloosheid er toch moet zijn. Van mij is in ieder geval het betoog uitgegaan dat wij de werkloosheid moeten verminderen. Wat de woningbouw betreft, daarin is dit jaar natuurlijk een behoorlijke inspanning te verachten, terwijl ook in het afgelopen jaar de activiteit behoorlijk versneld was. Ik heb mij ook steeds verzet tegen het programma van 40 000 woningen, waar wij nu gelukkig ook ver bovenuit zijn. Dit alles alleen als een persoonlijke reactie op Uw artikel en niet bedoeld voor enige publicatie.
Wat ik U vooral wilde vragen is, om, wanneer U op deze zaak verder doorgaat, dan met verdere concrete punten te komen. In het bijzonder kan ik van iemand met Uw ervaring hopen Uw mening te mogen lezen over de onderwijshervormingen waarvan U heil verwacht. Wat acht U op dit gebied het belangrijkste en tevens enigermate voor verwezenlijking vatbaar: bepaalde verbeteringen in het gewoon lager onderwijs of zou U het meer zoeken in het onderwijs buiten schoolverband? Heeft het zin de belangrijkheid van dit werk te accentueren door betere salariëring van de betrokken krachten? Naar mijn mening is hiertoe zeker aanleiding, maar ik weet niet of zij misschien reeds ergens anders in bewerking is. Ik veronderstel dat U over al deze dingen weleens spreekt met de betrokken ambtenaren van het Ministerie van Onderwijs. Mogen daarover stukken bestaan, dan zou ik het bijzonder op prijs stellen om daarvan eens iets te mogen doorlezen.
Met vriendelijke dank bij voorbaat en U sterkte toewensend in Uw werk,
Uw
-
en
44
January 5, 1952
Master J. de Bruin,
Rijswijksestraat 157,
The Hague.
Dear Master de Bruin,
Your cry for help in the December issue of de Mussenvriend has at least had the good result that I have slightly increased my contribution in accordance with my long-standing plan. But the matters themselves, about which you write, are of course much more serious than this. You can be assured that in my work, i.e., advising on the government's economic policy, I always try to take into account such fundamental things as those you have written about. Thus, in the past year, the issue of unemployment has had my strong attention, and although I studied mathematics, I am certainly not the one who argues that current unemployment must exist. In any case, the argument has come from me that we must reduce unemployment. As far as housing construction is concerned, a considerable effort is to be expected this year, while activity was also considerably accelerated in the past year. I have also always opposed the program of 40,000 homes, which we are now fortunately far above. All this is only as a personal reaction to your article and not intended for any publication.
What I especially wanted to ask you is, if you continue with this matter, to come up with further concrete points. In particular, I can hope to read your opinion, from someone with your experience, on the educational reforms from which you expect salvation. What do you consider most important in this area and also somewhat feasible: certain improvements in ordinary primary education, or would you look for it more in education outside the school context? Does it make sense to emphasize the importance of this work through better salaries for the staff involved? In my opinion, there is certainly reason for this, but I do not know if it might already be in progress elsewhere. I assume that you sometimes speak about all these things with the relevant officials of the Ministry of Education. Should documents exist on this, I would particularly appreciate being able to read something of them.
With kind thanks in advance and wishing you strength in your work,
Yours