-
Title
-
Letter to L.J. Zimmerman
-
Date
-
1951
-
Date in document
-
yes
-
Formulas or calculations
-
no
-
Inventory number
-
NL-RtEUR_TBCOR01_015W024
-
710
-
Storage location
-
Specifiek Magazijn
-
Filename
-
CDM710_NL-RtEUR_TBCOR01_015W024.pdf
-
Provenance
-
Jan Tinbergen
-
Accrual Method
-
donation
-
Rights
-
-
Revised transcript
-
ne
210
1453 II 29 November x51.
Pie/vBa
25 October 1951
de heer prof. dr J. Zimmerman,
Johannes Gutenberg-Universität,
(22b) Mainz.
Amice,
Naar aanleiding van je bovengenoemde brief deel ik je het volgende mede.
Je hebt je, naar mijn mening, in de tekens vergist; wanneer
Y = I + C + E - M en
B = M - E, dan is
Y + B = I + C.
B geeft dus aan in hoeverre de nationale bestedingen (I + C) het nationale inkomen (Y) overtreffen, doch deze kleinigheid raakt de kern van je betoog niet.
Wat nu je opmerking betreft, ik kan hierin niet met je meevoelen. De mogelijkheid om meer te besteden dan er wordt geproduceerd is niet aanwezig dank zij het betalingsbalanstekort, maar dank zij het feit, dat men de beschikking heeft over middelen, welke niet uit het lopende inkomen voortkomen, zoals bankcredieten en "oude kousen" etc. Voor Nederland zal dit surplus aan koopkracht bij een gegeven productie voornamelijk leiden tot een stijging van de import. De aanwezigheid van buitenlandse hulp en deviezenreserves maakte in 1950 en 1951, dat deze uitweg inderdaad open stond. Ware dit niet het geval geweest, dan zouden of prijsstijging of zwevende koopkracht het gevolg zijn geweest. Maar de mogelijkheid om meer te besteden dan er wordt geproduceerd, is onafhankelijk hiervan bepaald. Ik geloof daarom, dat de door jou voorgestane wijziging van de betrokken zinsnede geen verbetering inhoudt.
Het deed me genoegen te vernemen, dat het boekje je overigens wel beviel.
Met vriendelijke groeten,
(J. Tinbergen)
-
en
210
1453 II 29 November x51.
Pie/vBa
25 October 1951
Mr. Prof. Dr. J. Zimmerman,
Johannes Gutenberg University,
(22b) Mainz.
Friend,
Following your above-mentioned letter, I inform you of the following.
In my opinion, you have made a mistake in the signs; when
Y = I + C + E - M and
B = M - E, then
Y + B = I + C.
B thus indicates to what extent national expenditure (I + C) exceeds national income (Y), but this trifle does not touch the core of your argument.
As for your remark, I cannot sympathize with you on this. The possibility of spending more than is produced is not present thanks to the balance of payments deficit, but thanks to the fact that one has resources at one's disposal which do not come from current income, such as bank credits and "old stockings" etc. For the Netherlands, this surplus of purchasing power at a given production will mainly lead to an increase in imports. The presence of foreign aid and foreign exchange reserves in 1950 and 1951 meant that this way out was indeed open. Had this not been the case, either price increases or floating purchasing power would have been the result. But the possibility of spending more than is produced is determined independently of this. I therefore believe that the change you propose to the phrase in question does not constitute an improvement.
I was pleased to hear that you otherwise liked the booklet.
With kind regards,
(J. Tinbergen)