-
Title
-
Letter to J.L.C. van Meerwijk
-
Date
-
1944
-
Date in document
-
yes
-
Formulas or calculations
-
no
-
Inventory number
-
NL-RtEUR_TBCOR01_011M010
-
383
-
Storage location
-
Specifiek Magazijn
-
Filename
-
CDM383_NL-RtEUR_TBCOR01_011M010.pdf
-
Provenance
-
Jan Tinbergen
-
Accrual Method
-
donation
-
Rights
-
-
Revised transcript
-
ne
Zeer geachte Heer van Meerwijk,
Na zorgvuldige overweging meen ik op Uw aanbod, ondanks zijn zeer aantrekkelijke zijden, niet te moeten ingaan. Uit de vertraging in mijn antwoord zult U, hoop ik, begrijpen, hoezeer ik heb geaarzeld. Het vertrouwen in mij gesteld heb ik op hoge prijs gesteld; de mij aangeboden positie had veel aanlokkelijks. Daartegenover staat echter dat mijn tegenwoordige werk, zoals ik U al even mededeelde, ook bijzonder boeiende zijden heeft en ik in verband daarmee, na afloop van de oorlog opdrachten verwacht, die meer in de lijn liggen van mijn tot nu toe verrichte onderzoekingen. Vanzelfsprekend zou ik mij, indien ik de positie van Directeur onzer maatschappij zou aanvaarden, voor ettelijke jaren gebonden achten en dan in de onmogelijkheid verkeren, de bedoelde opdrachten van de na-oorlogstijd te aanvaarden.
Ik hoop zeer dat U deze overwegingen zult kunnen billijken en dat zij geen beletsel zullen zijn voor het voortbestaan van de aangename verstandhouding in onze Commissie; eveneens dat ik als lid der Commissie voor de maatschappij nuttig werk zal mogen doen.
Met de meeste hoogachting ben ik Uw dw. JT
NEDERLANDSCH ECONOMISCH INSTITUUT
WEEKBLAD ECONOMISCH-STATISTISCHE BERICHTEN
REDACTIE: Nieuwe Binnenweg 175a
TELEFOON NO. 33340 - GIRO NO. 8408
ROTTERDAM (C) 29 Maart 1944.
Onze Ref.: Red. 16/1320 HL/F
Betr.: artikel
Den Hooggeleerden Heer Prof. Dr. J. Tinbergen, Wattstraat 13a, 's-Gravenhage.
Hooggeachte Professor,
Ik was ten hoogste verbaasd en verheugd natuurlijk, reeds gistermiddag Uw artikel te ontvangen. Het is prompt gelezen en ter zetterij doorgegeven, zodat U waarschijnlijk morgenochtend een proef zult krijgen. Mag ik intussen enkele vragen stellen, die bij de lezing bij mij opkwamen?
U gaat, na in de eerste zin de loonpolitiek in het algemeen te hebben genomen, onmiddellijk tot een politiek van loonsverhoging over, waarna de invloed van deze op de rationalisatie wordt bezien. Zou een politiek van loonsverlaging een precies omgekeerden invloed hebben? Oppervlakkig bezien volgens mij niet, maar zou het dan geen aanbeveling verdienen, om hier van de andere zijde der loonpolitiek - waarbij eigenlijk nog een middenweg hoort, het constante, reële loonpeil - even af te zien, zodat U zich verder kunt beperken tot een politiek van loonsverhoging?
Op pag. 1 zegt U, dat de bedoeling van loonsverhogingen veelal de verhoging der levensstandaard der arbeiders is. Is het dit niet altijd?
Op dezelfde pagina: "De tegenstanders van loonsverhoging". Kan men dit in zijn algemeenheid zeggen, dus zonder concreet geval?
Op pag. 2: "De verhoogde productiekosten, die optreden ook zonder dat de methode van produceren wordt gewijzigd". Is dit "ook" niet in tegenspraak met de veronderstelling, dat de gewijzigde productiemethode (rationalisatie) de productiekosten juist wèl moet verlagen? De prijsstijging, waarvan U aanneemt, dat zij na korte tijd zal ophouden te bestaan, zal toch niet altijd prikkelend op de kooplust werken? In de Verenigde Staten is, meen ik, de consequentie ook wel geweest een stemming bij de ondernemers "er komt toch niets van...
acc
neen, ook wel het verkoopen van arbeiders
m.i. wel; wie de schoen past, trekke hem aan
acc
K 2193
-
en
Dear Mr. van Meerwijk,
After careful consideration, I believe I should not accept your offer, despite its very attractive aspects. From the delay in my answer, you will, I hope, understand how much I have hesitated. I have highly valued the trust placed in me; the position offered to me had much appeal. On the other hand, however, my current work, as I already briefly informed you, also has particularly fascinating aspects and in connection with that, I expect assignments after the end of the war that are more in line with my research carried out so far. Naturally, if I were to accept the position of Director of our company, I would consider myself bound for several years and would then be in the impossibility of accepting the intended assignments of the post-war period.
I very much hope that you will be able to justify these considerations and that they will not be an obstacle to the continuation of the pleasant relationship in our Commission; likewise that I, as a member of the Commission, will be allowed to do useful work for the company.
With the highest regards, I am your obedient servant, JT
NETHERLANDS ECONOMIC INSTITUTE
WEEKLY ECONOMIC-STATISTICAL REPORTS
EDITORIAL OFFICE: Nieuwe Binnenweg 175a
TELEPHONE NO. 33340 - GIRO NO. 8408
ROTTERDAM (C) 29 March 1944.
Our Ref.: Red. 16/1320 HL/F
Re: article
The Highly Learned Gentleman Prof. Dr. J. Tinbergen, Wattstraat 13a, 's-Gravenhage.
Highly esteemed Professor,
I was highly surprised and delighted, of course, to receive your article as early as yesterday afternoon. It was promptly read and passed on to the composing room, so that you will probably receive a proof tomorrow morning. May I in the meantime ask a few questions that occurred to me during the reading?
After having taken wage policy in general in the first sentence, you immediately proceed to a policy of wage increase, after which the influence of this on rationalization is considered. Would a policy of wage reduction have an exactly opposite influence? Superficially seen, in my opinion, not, but would it then not deserve recommendation to disregard the other side of wage policy here - which actually includes a middle way, the constant, real wage level - so that you can further limit yourself to a policy of wage increase?
On page 1 you say that the intention of wage increases is often the raising of the standard of living of the workers. Is it not always this?
On the same page: "The opponents of wage increase". Can one say this in general, so without a concrete case?
On page 2: "The increased production costs, which occur even without the method of production being changed". Is this "even" not in contradiction with the assumption that the changed production method (rationalization) should precisely lower the production costs? The price increase, which you assume will cease to exist after a short time, will surely not always have a stimulating effect on the desire to buy? In the United States, I believe, the consequence has also been a mood among entrepreneurs "nothing will come of it anyway...
acc
no, also the selling of workers
in my opinion, yes; if the shoe fits, wear it
acc
K 2193