-
Title
-
Letter to Piet de Wolff
-
Date
-
1951
-
Date in document
-
yes
-
Formulas or calculations
-
no
-
Inventory number
-
NL-RtEUR_TBCOR01_016W037
-
4661
-
Storage location
-
Specifiek Magazijn
-
Filename
-
CDM4661_NL-RtEUR_TBCOR01_016W037.pdf
-
Provenance
-
Jan Tinbergen
-
Accrual Method
-
donation
-
Rights
-
-
Revised transcript
-
ne
138
25 Juni 1951
De Heer Drs P. de Wolff,
Vondelkade 4,
Heemstede (Post Aerdenhout).
Beste Piet,
Gaarne zou ik bij gelegenheid eens nader met je praten over een aangelegenheid, die onlangs bij mij is voorgebracht door je voorganger Dr Claeys. Ik mag mij in deze schriftelijke uiteenzetting tot enkele hoofdlijnen beperken, omdat zulke zaken anders dermate uitgroeien dat het ondoenlijk wordt. Ik meen van de heer Claeys te hebben begrepen dat er nogal wat aanwijzingen zijn, die ik dan beter eens mondeling kan toelichten, dat hij niet geheel volgens de regels aan de kant gezet is. Als dit zo is zou het natuurlijk niet fraai zijn. Laat ik het even aannemen. Dan doet zich natuurlijk de vraag voor wat hier nog voor mogelijkheden liggen. Ik zie er een, die voor hem vermoedelijk van grote betekenis zou kunnen zijn en voor jou, die er eigenlijk geheel buiten staat, naar mijn smaak niet alleen aanvaardbaar, maar zelfs aantrekkelijk zou zijn.
181
Daarover zou ik juist graag eens je mening horen. Ik denk aan het herstel van de heer Claeys als lector in de ambtelijke statistiek, waarbij jij je zou terugtrekken op de mathematische statistiek en de econometrie of welke termen je dan wil gebruiken. Deze verandering zou nog minder ver gaan dan de veranderingen die inmiddels in Rotterdam zijn ingetreden. Nadat ik n.l. reeds enkele jaren geleden, zoals je weet, aan Derksen de mathematische statistiek had overgedragen, heb ik er nu dit jaar doorgekregen dat de ambtelijke statistiek van mijn taak wordt afgenomen en wordt overgedragen aan Klaassen (dit laatste is nog vertrouwelijk). Wellicht zou deze verandering nog kunnen gepaard gaan met een omzetting van je lectoraat in een buitengewoon hoogleraarschap, wat naar mijn mening toch reeds nodig zou zijn.
Zoals gezegd, ik zou erg graag eens van je horen wat hierover je mening is. Het spreekt wel vanzelf dat ik over deze mogelijkheid met niemand heb gesproken en ook niet van plan ben het te doen, voordat ik met je heb gepraat. Het is jammer dat ik dit nog niet wist toen ik verleden week bij je langs kwam, dan had ik je ineens kunnen vragen wat je zienswijze is.
Hartelijke groeten,
-
en
138
June 25, 1951
Mr. Drs P. de Wolff,
Vondelkade 4,
Heemstede (Post Aerdenhout).
Dear Piet,
I would like to talk to you in more detail at some point about a matter that was recently brought to my attention by your predecessor Dr Claeys. I will limit myself to a few main points in this written explanation, because otherwise such matters grow to such an extent that it becomes unfeasible. I believe I understood from Mr. Claeys that there are quite a few indications, which I can then better explain orally, that he was not set aside entirely according to the rules. If this is the case, it would of course not be nice. Let me assume it for a moment. Then the question naturally arises as to what possibilities still lie here. I see one that would probably be of great significance to him and for you, who are actually completely outside of it, would in my opinion be not only acceptable, but even attractive.
181
I would just like to hear your opinion about that. I am thinking of the reinstatement of Mr. Claeys as a lecturer in official statistics, whereby you would withdraw to mathematical statistics and econometrics or whatever terms you want to use. This change would go even less far than the changes that have since taken place in Rotterdam. After I had, namely, already a few years ago, as you know, transferred mathematical statistics to Derksen, I have now been informed this year that official statistics is being taken away from my duties and transferred to Klaassen (the latter is still confidential). Perhaps this change could also be accompanied by a conversion of your lectureship into an extraordinary professorship, which in my opinion would already be necessary anyway.
As mentioned, I would very much like to hear from you what your opinion is on this. It goes without saying that I have not spoken to anyone about this possibility and do not intend to do so before I have spoken with you. It is a pity that I did not know this yet when I visited you last week, then I could have asked you right away what your view is.
Warm regards,