-
Title
-
Letter to J.A. van Lanschot Hubrecht
-
Description
-
Annex: manuscript of a summary of the 'prae-advies voor het Deltaplan: afdamming der zeearmen' (by Tinbergen).
-
Date
-
1954
-
Date in document
-
yes
-
Formulas or calculations
-
no
-
Inventory number
-
NL-RtEUR_TBCOR01_021N014
-
9141
-
Storage location
-
Specifiek Magazijn
-
Filename
-
CDM9141_NL-RtEUR_TBCOR01_021N014.pdf
-
Provenance
-
Jan Tinbergen
-
Accrual Method
-
donation
-
Rights
-
-
Revised transcript
-
ne
5 Juni 1954
De Heer Mr J.A. van Lanschot Hubrecht, Secretaris van de Ned. Maatschappij voor Nijverheid en Handel, Wilhelminastraat 60, Haarlem.
Zeer geachte Heer van Lanschot Hubrecht,
Bijgaand het korte verslag voor de dagbladpers, zoals door U werd verzocht in Uw brief van 3 Juni jl.
Hoogachtend,
secretaresse
Het Deltaplan: afdamming der zeearmen.
Het economisch aspect.
Praeadviseur: Prof. J. Tinbergen
Samenvatting
Om de economische waarde van het Deltaplan te kunnen beoordelen dient men een becijfering van de voor- en nadelen te hebben en deze te stellen naast dergelijke becijferingen ten aanzien van andere projecten. De moeilijkheid die men hierbij ontmoet is vooral, dat een deel der voor- en nadelen moeilijk onder cijfers te brengen is. Dit geldt in het bijzonder voor de voordelen ten aanzien van de veiligheid der mensen. De belangrijkste verdere voordelen zijn: 1) die van de veiligheid van de bezittingen die in de bedreigde gebieden liggen; 2) verhoogde landbouwproductie door een betere waterhuishouding; 3) nieuwe mogelijkheden voor verkeer, vreemdelingenbezoek en andere bedrijfstakken. Als nadelen moeten behalve de kosten van uitvoering (die op ƒ 1,5 mld worden begroot) en de bijkomende kosten (die van de orde van ƒ 1,2 mld gesteld worden) o.m. genoemd het verdwijnen van de oesterteelt in Yerseke. Een eerste voorlopige opstelling toont aan dat als men de veiligheid in het geheel niet zou tellen een tekort van ca ƒ 0,5 mld op het totaalbedrag van ca ƒ 2,7 mld zou ontstaan. De materiële veiligheid wordt door de praeadviseur echter reeds op enkele honderden millioenen geraamd, terwijl de persoonlijke veiligheid dan nog niet in het geding is gebracht. Waardeert men deze op ƒ 0,5 mld, dan is er reeds een klein overschot. Al deze berekeningen zijn aan de voorzichtige kant gehouden en zijn exclusief de zgn. secundaire gevolgen, die in een tijd van onvoldoende werkgelegenheid zouden optreden. Een zeer globale vergelijking met andere projecten doet zien, dat het dijkverhogingsplan, dat als alternatief op het Deltaplan kan gelden, minder aantrekkelijk is, terwijl er met de Zuiderzeewerken niet veel verschil is.
De uiteindelijke beoordeling kan niet alleen op cijfers worden gebaseerd, doch dient ook de "imponderabilia" er in te betrekken. Voor de praeadviseur is er weinig twijfel over de aantrekkelijkheid van het Deltaplan.
-
en
June 5, 1954
Mr. J.A. van Lanschot Hubrecht, Secretary of the Netherlands Society for Industry and Trade, Wilhelminastraat 60, Haarlem.
Dear Mr. van Lanschot Hubrecht,
Enclosed is the short report for the daily press, as requested by you in your letter of June 3rd last.
Sincerely,
secretary
The Delta Plan: damming of the estuaries.
The economic aspect.
Pre-advisor: Prof. J. Tinbergen
Summary
In order to assess the economic value of the Delta Plan, one must have a calculation of the advantages and disadvantages and place these alongside similar calculations regarding other projects. The difficulty encountered here is primarily that some of the advantages and disadvantages are difficult to quantify. This applies in particular to the benefits regarding human safety. The most important further advantages are: 1) those of the safety of the possessions located in the threatened areas; 2) increased agricultural production through better water management; 3) new opportunities for traffic, tourism, and other industries. As disadvantages, in addition to the costs of implementation (estimated at ƒ 1.5 billion) and the additional costs (estimated to be on the order of ƒ 1.2 billion), the disappearance of oyster farming in Yerseke is mentioned, among other things. A first preliminary setup shows that if safety were not counted at all, a deficit of approximately ƒ 0.5 billion on the total amount of approximately ƒ 2.7 billion would arise. However, material safety is already estimated by the pre-advisor at several hundred million, while personal safety has not yet been brought into the equation. If one values this at ƒ 0.5 billion, there is already a small surplus. All these calculations have been kept on the conservative side and are exclusive of the so-called secondary consequences, which would occur in a time of insufficient employment. A very rough comparison with other projects shows that the dike heightening plan, which can serve as an alternative to the Delta Plan, is less attractive, while there is not much difference with the Zuiderzee works.
The final assessment cannot be based on figures alone, but must also involve the "imponderables". For the pre-advisor, there is little doubt about the attractiveness of the Delta Plan.
-
annexCount
-
1