-
Title
-
Letter to Ministerie van Economische Zaken
-
Description
-
Written in his capacity as Head of the Centraal Planbureau. Also addressed to the minister of Public Housing.
-
Date
-
1950
-
Date in document
-
yes
-
Formulas or calculations
-
no
-
Inventory number
-
NL-RtEUR_TBCOR01_013P003
-
2354
-
Storage location
-
Specifiek Magazijn
-
Filename
-
CDM2354_NL-RtEUR_TBCOR01_013P003.pdf
-
Provenance
-
Jan Tinbergen
-
Accrual Method
-
donation
-
Rights
-
-
Revised transcript
-
ne
CENTRAAL PLANBUREAU
Opbergen bij part. corresp.
Notitie : 58
Datum : 7 Maart 1950
Samenst. : J. Tinbergen
Aan
de heer Minister van Economische Zaken;
de heer Minister van Wederopbouw en Volkshuisvesting.
In een gesprek dat ik gisteren had over mogelijke samenwerking inzake productieprogramma's in de metaalnijverheid met ir J. Overweg, een der directeuren van de Koninklijke Machinefabriek Gebr. Stork & Co. N.V., Hengelo, werd mij een concreet geval voorgelegd, waarbij op zo duidelijke wijze nut gesticht kan worden door coördinatie van beslissingen van Uw beider ministeries, dat ik mij veroorloof dit hierbij onder Uw aandacht te brengen.
De N.V. Stork heeft zich na de oorlog een aantal zeer kostbare speciale banken aangeschaft, waarop hoge afschrijvingen drukken. Zij is zeer goed voorzien van orders, met name voor de electrische centrales en heeft daarnaast ook telkens export-orders. Aangezien er echter in één ploeg wordt gewerkt, moeten herhaaldelijk prijsopgaven worden verstrekt, die in vergelijking met het buitenland te hoog liggen. Door in twee ploegen te werken zou zij een aanmerkelijke kostenverlaging kunnen bereiken, waardoor men kan mededingen. De vakbeweging is op het ogenblik, zoals U bekend is, geneigd hiertoe mede te werken. Het werken in twee ploegen behoeft niet af te stuiten op gebrek aan toezicht, daar uit de beste arbeiders bazen kunnen worden geselecteerd.
Het knelpunt wordt echter gevormd door de woningbehoefte. De firma Stork zou gaarne nog meer Drentse arbeiders, waarmede in de laatste tijd zeer goede ervaringen zijn opgedaan, naar Hengelo halen. Dit stuit af op het feit dat er in Hengelo onvoldoende mag worden gebouwd, terwijl men bij wijze van spreken bezig is in Drente niet alleen woningen maar ook nieuwe fabrieken te bouwen. De heer Overweg wees er m.i. terecht op, dat de industrialisatie zeker doelmatiger geschiedt, wanneer een bestaand goed geoutilleerd bedrijf in twee ploegen gaat werken, waardoor kostbare machines, die in Amerika steeds in twee of drie ploegen werken, eerst ten volle kunnen worden benut, dan door nieuwe fabrieken op te richten. Hij herinnerde mij er aan, dat na de oorlog de machinefabriek van Stork meer dan 1000 mensen nieuwe werkgelegenheid heeft verschaft in Hengelo; daarnaast ca 350 in Zwolle en Assen. Men zou per jaar vermoedelijk enkele honderden personen kunnen opnemen.
Het was hem volkomen duidelijk dat het werken in twee ploegen niet onmiddellijk kan aanvangen. In verband daarmede zijn thans overwerkvergunningen aangevraagd en ten dele reeds toegestaan. De medewerking van de arbeiders aan dit overwerk zal echter aanmerkelijk gemakkelijker zijn indien het gezien kan worden als een tijdelijke maatregel en indien kan worden gewezen op toezeggingen om in de naaste toekomst het aantal woningen in Hengelo voldoende uit te breiden om het werken in twee ploegen mogelijk te maken.
Uiteraard is de heer Overweg gaarne bereid alle nadere inlichtingen te verstrekken.
-
en
CENTRAL PLANNING BUREAU
Store with private corresp.
Note : 58
Date : 7 March 1950
Compiled by : J. Tinbergen
To
the Minister of Economic Affairs;
the Minister of Reconstruction and Public Housing.
In a conversation I had yesterday about possible cooperation regarding production programs in the metal industry with Ir. J. Overweg, one of the directors of the Royal Machine Factory Gebr. Stork & Co. N.V., Hengelo, a concrete case was presented to me, in which utility can be established in such a clear way through coordination of decisions from both your ministries, that I take the liberty of bringing this to your attention.
After the war, N.V. Stork acquired a number of very expensive special benches, which are subject to high depreciation. It is very well supplied with orders, particularly for power stations, and also regularly receives export orders. However, since work is carried out in one shift, price quotes must repeatedly be provided that are too high compared to foreign countries. By working in two shifts, it could achieve a significant cost reduction, allowing it to compete. The trade union movement is currently, as you know, inclined to cooperate in this. Working in two shifts does not have to fail due to a lack of supervision, as foremen can be selected from the best workers.
The bottleneck, however, is formed by the housing need. The Stork company would like to bring even more workers from Drenthe, with whom very good experiences have been gained recently, to Hengelo. This is hindered by the fact that insufficient construction is allowed in Hengelo, while in Drente, so to speak, they are busy building not only houses but also new factories. Mr. Overweg pointed out, rightly in my opinion, that industrialization certainly occurs more efficiently when an existing, well-equipped company starts working in two shifts—whereby expensive machines, which in America always work in two or three shifts, can first be fully utilized—than by establishing new factories. He reminded me that after the war, Stork's machine factory provided new employment for more than 1000 people in Hengelo; in addition, about 350 in Zwolle and Assen. They could presumably take on several hundred people per year.
It was completely clear to him that working in two shifts cannot start immediately. In connection with this, overtime permits have now been applied for and partly already granted. However, the cooperation of the workers in this overtime will be considerably easier if it can be seen as a temporary measure and if reference can be made to promises to sufficiently expand the number of houses in Hengelo in the near future to make working in two shifts possible.
Naturally, Mr. Overweg is willing to provide all further information.