-
Title
-
Letter to J. Clay
-
Date
-
1954
-
Date in document
-
yes
-
Formulas or calculations
-
no
-
Inventory number
-
NL-RtEUR_TBCOR01_020C013
-
4689
-
Storage location
-
Specifiek Magazijn
-
Filename
-
CDM4689_NL-RtEUR_TBCOR01_020C013.pdf
-
Provenance
-
Jan Tinbergen
-
Accrual Method
-
donation
-
Rights
-
-
Revised transcript
-
ne
PROF. DR J. TINBERGEN DEN HAAG, 2 Maart 1954
Sijzenlaan 41
17/9
De Hooggeleerde Heer Prof. Dr J. Clay, Henri Polaklaan 13 A, Amsterdam
Waarde Collega,
Gaarne verontschuldig ik mij voor de vertraging waarmede ik Uw vragen betreffende het intuïtief denken beantwoord. De reden ervan is, zoals U begrijpen zult, gelegen in de moeilijkheid van het onderwerp waarin ik me nooit systematisch verdiept had. Ik vrees dan ook dat mijn opmerkingen een sterk dilettantische indruk zullen maken en enige wijd openstaande deuren zullen intrappen. Maar dan zullen zij misschien nog een kleine waarde voor een ev. statistiek hebben betreffende de waardering van de intuïtie en de frequentie van bepaalde opvattingen erover.
Het lijkt mij dat er nog wel duidelijk onderscheid gemaakt kan worden tussen enige soorten van intuïtief denken. In werk als het onze, d.w.z. het onderzoek van economische modellen die met een aantal vergelijkingen beschreven worden, waarmede men zo goed mogelijk de werkelijkheid tracht te benaderen, kan de intuïtie zich b.v. op de volgende wijze uiten: (a) men kan intuïtie hebben voor de vraag of een bepaalde vergelijking een redelijke benadering van de werkelijkheid vormt; (b) men kan intuïtie gebruiken bij het nadenken over de consequenties van bepaalde veranderingen in de coëfficiënten of de constanten in deze vergelijkingen op het eindresultaat, d.w.z. het met de vergelijkingen berekende economische proces; (c) men kan over dit laatste een regelrechte intuïtieve opvatting huldigen. Deze onderscheidingen zouden nog verder gedifferentieerd kunnen worden. Hun zin is hierin gelegen dat men zijn intuïtief denken zowel kan richten op de uitkomst van iets gecompliceerder mathematische processen als op de reële processen waarvan de mathematische de afbeelding beogen te zijn.
Om nu tot de beantwoording van Uw vragen te komen zou ik het volgende willen opmerken met verontschuldiging voor de magere oogst.
Vraag 1. Mijn directe ervaring van resultaten van intuïtief denken is, dat deze herhaaldelijk fout blijken te zijn, althans bij mij. Tegelijkertijd stel ik vast dat het intuïtief aanvoelen van b.v. menselijke situaties door sommige mensen met verbazingwekkende juistheid geschiedt, tot welke mensen ik mij jammer genoeg niet kan rekenen.
Vraag 2. Mijn voorkeur gaat uit, zoals van een natuurkundig geschoolde wel enigermate zal zijn te verwachten, naar discursief denken.
-2-
Vraag 3. In zekere zin heb ik bij vraag 1 reeds iets daarover gezegd; ik kan mij helaas niet zonder aanzienlijke opoffering van tijd aan een beantwoording van deze vraag zetten. De open deur welke zich hier voor mij bevindt is, dunkt me, dat er een grote divergentie is in de resultaten van intuïtief denken en dat er door een aantal mensen met aplomb beweerd wordt dat zij ergens een opinie over hebben zonder dat dit altijd een gefundeerde opinie is.
Vraag 4. Het is mij niet opgevallen dat er omstandigheden zijn die het intuïtief denken bevorderen die niet ook tegelijkertijd het discursief denken zouden bevorderen. In het algemeen dus innerlijke rust en goede physieke conditie aan de ene kant en de "uitdaging" aan de andere kant. Het is een bekende ervaring dat men sneller denkt wanneer men in een hevig debat is gewikkeld, waardoor als 't ware de uitwendige zuigkracht vergroot wordt. Ook geloof ik wel dat het intuïtief denken sterk afhankelijk is van de belangstelling die men voor het onderwerp heeft, terwijl eveneens gecumuleerde kennis van een vraagstuk het intuïtief denken vergemakkelijkt. Als kleine illustratie hiervan mag ik herinneren aan de bekende ervaring dat men na een avond van hevig nadenken over een bepaald vraagstuk soms tijdens de slaap een oplossing vindt.
Me nogmaals verontschuldigend voor dit onvolledige en dilettantische antwoord, ben ik, met vriendelijke groeten,
-
en
PROF. DR J. TINBERGEN THE HAGUE, 2 March 1954
Sijzenlaan 41
17/9
The Highly Learned Gentleman Prof. Dr J. Clay, Henri Polaklaan 13 A, Amsterdam
Dear Colleague,
I would like to apologize for the delay with which I am answering your questions regarding intuitive thinking. The reason for this, as you will understand, lies in the difficulty of the subject in which I have never immersed myself systematically. I fear, therefore, that my remarks will make a strongly amateurish impression and will kick in some wide-open doors. But then they might still have a small value for a possible statistic regarding the appreciation of intuition and the frequency of certain views about it.
It seems to me that a clear distinction can still be made between several types of intuitive thinking. In work like ours, i.e., the study of economic models described by a number of equations, with which one tries to approximate reality as closely as possible, intuition can manifest itself, for example, in the following ways: (a) one can have intuition for the question of whether a certain equation forms a reasonable approximation of reality; (b) one can use intuition when thinking about the consequences of certain changes in the coefficients or the constants in these equations on the final result, i.e., the economic process calculated with the equations; (c) one can hold a direct intuitive view on the latter. These distinctions could be further differentiated. Their meaning lies in the fact that one can direct one's intuitive thinking both to the outcome of somewhat more complicated mathematical processes and to the real processes of which the mathematical ones aim to be the representation.
To now come to the answering of your questions, I would like to note the following with an apology for the meager harvest.
Question 1. My direct experience of results of intuitive thinking is that these repeatedly prove to be wrong, at least for me. At the same time, I observe that the intuitive sensing of, for example, human situations by some people occurs with amazing accuracy, among which people I unfortunately cannot count myself.
Question 2. My preference goes out, as might be expected to some extent from someone trained in physics, to discursive thinking.
-2-
Question 3. In a certain sense, I have already said something about this in question 1; unfortunately, I cannot devote myself to answering this question without a significant sacrifice of time. The open door that presents itself to me here is, it seems to me, that there is a great divergence in the results of intuitive thinking and that a number of people claim with aplomb that they have an opinion about something without this always being a well-founded opinion.
Question 4. I have not noticed that there are circumstances that promote intuitive thinking that would not also simultaneously promote discursive thinking. In general, therefore, inner peace and good physical condition on the one hand and the "challenge" on the other. It is a well-known experience that one thinks faster when involved in a heated debate, whereby, as it were, the external suction power is increased. I also believe that intuitive thinking is strongly dependent on the interest one has in the subject, while likewise accumulated knowledge of a problem facilitates intuitive thinking. As a small illustration of this, I may recall the well-known experience that after an evening of intense thinking about a certain problem, one sometimes finds a solution during sleep.
Apologizing once again for this incomplete and amateurish answer, I am, with kind regards,