CDM4139_NL-RtEUR_TBCOR01_019O003.pdf
- extracted text
-
Komt er een depressie in de Verenigde Staten ?
Een goede conjunctuurpolitiek
belangrijker dan een goede voorspelling
Sedert een eeuw hebben schommelingen in de economische toestand, die vooral na 1800 zijn waargenomen, de
aandacht van de economen gehad. Met een zekere regelmaat
hebben goede en slechte tijden elkaar afgewisseld, welk
verschijnsel men met de naam conjunctuurbeweging is gaan
aanduiden. Vele theorieën zijn opgesteld ter verklr^ring
van dit op- en neergaan; sommige onderzoekers vestigden
de aandacht op factoren van buiten het economische leven
komend, zoals oogsten en technische vernieuwingen, terwijl
andere eerder hun aandacht schonken aan factoren in het
economisch leven zelf, zoals de levensduur van machines
en de vertragingen in het vormen en uitgeven van de inkomens. Degenen, die menen dat zij de oorzaken gevonden hadden, hebben somtijds ook betoogd op grond daarvan nu te
kunnen voorspellen hoe de conjunctuur zich in de toekomst
zou ontwikkelen. Sommige voorspellers hebben alleen getracht iets te zeggen omtrent het ogenblik waarop een omkeer zou intreden, andere zijn verder gegaan en hebben ook
omtrent de diepte van de eventuele inzinking een mening
gegeven.
Nadat eenmaal het gevoel van een zekere regelmaat
zich van een aantal onderzoekers had meester gemaakt,
dreigde het gevaar dat deze regelmaat werd overdreven, hetgeen tot uitdrukking kwam in het gebruik van woorden als
"economische golfbeweging", economische "kringloop" of
"cyclus". Vlil men reëel blijven, dan moet men zich steeds
voor ogen houden, dat de meeste grafische voorstellingen
van het conjunctuurverloop niet meer regelmaat vertonen
dan de lijn van de duintoppen, die ons van de zee scheiden.
Een lijn, die niet tot in de hemel kan stijgen of eindeloos
kan dalen en bovendien enigermate van toevallige factoren
afhankelijk is, zal altijd op- en neergaande stukken vertonen. Men zal steeds dienen te beseffen, dat ieder der
onderzoekers, die zich tot nu toe met het verschijnsel
heeft bezig gehouden, een st\:k van de waarheid op het spoor
is gekomen. Dat betekent met name, dat de bewegingen van
het economische leven gedeeltelijk van toevallige aard zign
en gedeeltelijk van systematische. Voorspellen is daardoor
slechts ten dele mogelijk, nl. voor de systematische bewegingen. Niet alleen dat toevallige factoren dan voortdurend
tussenbeide komen en voorspeilingen bemoeilijken: bovendien
zijn de statistische gegevens omtrent de systematische
factoren ten dele ook nog zeer gebrekkig. Dit geldt met
name voor cijfers over de leeftijd van de in gebruik zijnde
kapitaalgoederen, die volgens verschillende schrijvers van
betekenis zijn voor de vraag naar investeringsgoederen.
- 2 -
De voorspelbaarheid der conjunctuurbeweging is
dus niet al te groot, Vianneer iemand met een voorspelling
gelijk heeft, bewijst dat bovendien niet dat zijn theorie
juist is, want er is altijd een zekere kans dat men door
toeval gelijk krijgt. Dit wil intussen niet zeggen, dat
sommige van de meer succesvolle voorspellers niet over
een diepgaand inzicht in het economische leven beschikken.
Zonder twijfel hebben mannen als V.agemann indertijd in
Duitsland, S. de Wolff in Nederland, Golin Glark in Engeland en Klein in de Verenigde Staten over een grote
mate van inzicht beschikt, die het hun mogelijk maakte
zekere uitspraken te doen. Het feit blijft echter dat
telkens onverwachte nieuwe factoren zich voegen bij de
systematische krachten uit het verleden en dat daarom het
publiek nooit moet verwachten, dat de voorspellingen geheel bewaarheid zullen worden.
Deze wat lange inleiding was nodig om de lezer in
de naar mijn mening juiste plooi te brengen voor het beoordelen van de vraag of er nu in de Verenigde Staten een
depi-essie is te verwachten. Verschillende economen zijn
die mening toegedaan. Onder de vaklieden, die een grote
hoeveelheid studie in hun voorspellingen hebben kunnen
steken, noem ik Golin Clark, die een ernstige depressie
voorspelde en Lawrence R. Klein, die een milde depressie
voorspelde. Het is onmogelijk om hierop te zeggen, dat zij
voor lOO/to gelijk hebben of voor lOO/o ongelijk. Er is alleen maar een zekere kans dat zij gelijk heboen en gezien
de prestaties van deze beide heren lijkt het mij, dat er
inderdaad enige kans is dat het volgende jaar in de Verenigde Staten het economische leven zich op een iets lager
peil zal bewegen dan in het afgelopen jaar - wanneer de
Amerikaanse regering geen conjunctuurpolitiek zou voeren.
Meer meen ik dus dat er niet van te zeggen is, Natuurlijk kan men daarbij nog vragen, welke de onderdelen
van het economische leven zijn waarvoor zij deze teruggang in het bijzonder verwachten, Aan de ene kant is het
de (geringe) daling in de overheidsuitgaven, die een zekere
invloed zal hebben, aan de andere kant is het met name de
geringe neiging voorraden te vormen, die volgens Golin
Glark een rol zal spelen. Doch ik wil daar thans niet
verder op ingaan.
Het hoofdpunt blijft de onzekerheid in de voorspellingen. Men kan dit een onbevredigende stand vinden en de
economische wetenschap verv\ijten maken dat zij niet beter
kan voorspellen. Ik geloof niet dat dit gerechtvaardigd
is, want er zijn ook met de beste wetenschappelijke methoden geen voorspellingen te maken van toevallige bewegingen. Het is echter in het onderhavige geval niet zo verbazend tragisch, want veel belangrijker dan de voorspelling is de vraag wat de regeringen zullen doen, indien er
- 3-
XX gebeuren.
•
13
^k
/^ .
/
een depressie optreedt, In de eerste plaats is het daarbij
natuurlijk van belang wat de Amerikaanse regering zal doen.
Indien men voldoende zekerheid heeft dat de Amerikaanse
regering bij het optreden van een eventuele depressie krachtige tegenmaatregelen zal neroen, dan is dat veel belangrijker
dan de vraag wat er bij afwezigheid van dergelijke raaatregelen zou 2i|n:t|pBi538iar:^x Gelukkig is het besef toenemende, dat
door ingrijpen van regeringszijde op het conjunctuurverloop
invloed kan worden uitgeoefend en evenzeer toenemenS is de bereidheid dit te doen. Prof, Arthur 1?, Burns, de tegenwoordige
voorzitter van de Raad van Economische Adviseurs van de President van de Verenigde Staten, heeft zich tamelijk ondubbelzinnig uitgelaten over de voorbereidingen, die door zijn
Raad worden getroffen. Zijn uitlatingen geven aanleiding
tot meer optimisme dan de meeste economen toonden, toen ik
hun kort tevoren de vraag voorlegde, wat zij dachten dat er
zou gebeuren indien een depressie zou uitbreken, Vrijwel
unaniem verwachtte men dat de tegenwoordige Amerikaanse regering op 'net gebied van belastingverlagingen vrij snel zou
reageren (ten dele gaat het hier om reeds toegezegde verlagingen), doch men was sceptisch ten aanzien van de snelheid
en intensiteit waarmee, indien nodig, de uitgaven wederom
zouden worden verhoogd. De uitspraak van de heer Burns wekt
de indruk, dat de regering ook bereid zal zijn van die
laatste middelen gebruik te maken en dat aan de voorbereidselen nu reeds wordt gew^M'^t.'-'Een en ander wil natuurlijk
niet zeggen, dat er tocli menige tijd kan verlopen, in het
geval van een depressie, alvorens een voldoend tegenwicht
wordt geleverd. Dit wil zeggen, dat het voor kleinere landen
nuttig zal zijn indien men zekere reserves heeft voor de
overbrugging van een periode van slapte, doch dat het weinig waarschijnlijk i--;, dat een diepe en langdurige depressie
zonder tegenmaatregelen van de zijde van de Amerikaanse
regering zal blijven.
Natuurlijk moet men t,a,v, conjunctuurpolitiek ook
weer niet vervallen in het andere uiterste en menen dat elke
nog zo geringe inzinking prompt en volkomen kan worden voorkomen; er zijn ook hierbij nog belangrijke vraagstukken op
te lossen. Zolang men een in hoofdzaak vrije economie heeft,
zal men afhankelijk blijven van zekere stentuningen ert..steramingswisselingen bij een groot aantal consumenten ern'een
kleiner, maar ook nog omvangrijk aantal ondernemingen, die
hun uitoavenprograraraa zelfstandig kunnen veranderen. De
overheid zal altijd slechts met enige vertraging kunnen reageren, al is het bestaan van enige vertraging geen ernstig
bezwaar. De verhoging van overheidsuitgaven en verlaging
van belastingen in een depressie betekenen, dat er nieuw
geld in circulatie gebracht moet worden; en daarbij moeten
de monetaire autoriteiten niet slechts denken aan ae eisen
van het ogenblik, maar evenzeer aan die van de toekomst.
Zij zullen moeten letten op de totale hoeveelheid geld,
die zich in handen van het publiek bevindt, wetende dat
als deze geldhoeveelheid belangrijk uitgaat boven de nor-
- 4 -
male, een wijziging in de stemming van het publiek plotseling zou kunnen leiden tot grote uitgavenverhOi:iingen.
De monetaire ai^toriteiten zullen hun best doen deze gevaren van, zoals men zegt, potentiële toekomstige inflatie
binnen zekere grenzen te houden en daarom soms terughoudend zijn in het al te gemakkelijk verlenen van krediet
aan bedrijfsleven of regering.
Onoplosbaar zijn deze vraagstukken intussen niet;
indien slechts voldoende wederzijds begrip bij regering,
publiek en bank1^ezen bestaat en in geval van dreigende
inflatie de bereidheid bestaat om in het algemeen belang
de belasting te verhogen en de uitgaven te verlagen, zal
men ook het potentiële inflatiegevaar minder ernstig behoeven aan te slaan, In het jaar 1951 vvas het Nederlandse
volk bereid om dergelijke anti-inflatoire maatregelen te
aanvaarden.
Om nog eens samen te vatten; alle economische voorspellingen, ook de beste, zijn met vrij grote onzekerheden
behept. Belangrijker echter dan voorspellen is het aanvaarden van een juiste conjunctuurpolitiek. Daartoe is
goed wederzijds begrip tussen regeringen, publiek en bankwezen noodzakelijk. De waarschijnlijkheid dat in de Verenigde Staten een actiev^conjunctuurpolitiek gevoerd zal
worden dan in de grote depressie van 1929 geeft tot gematigd
optimisme aanleiding.
PUOi!\ DR J .
BM HAAG, 28 December 1953
^jze&Man 4I
riK ^R^ GEN
^/^
De Heer Mr D. Zijlstra,
Het Parool,
N.Z, Voorburgwal 225,
Arasterdam.
Zeer geachte Heer Zijlstra,
Ten vervolge op mijn brief van
23 December zend ik U bijgaand het door U gevraagde artikel in de hoop dat het aan Uw bedoeling beantwoordt.
Mocht dit niet het geval zijn, dan moet U U geheel vrij
voelen Uw wensen kenbaar te maken.
Hoogachtend,
Part of Letter to D. Zijlstra