CDM3304_NL-RtEUR_TBCOR01_019K054.pdf
- extracted text
-
22 Juni 1953
Do He«r I, G3XLBT,
kQ Liraboupg laan,
Anderlecht (Brussel 2^^4)
Zeer geachte Heer Gillet,
...
^
Nogmaals dank i k XJ gaarsie vt>or de
b i j 2 ^ e r vrieiideli^ke ontvangst d i e ü mi;Jn vrouw en mij
te K r o t r i j k hebt b e r e i d . Ik zeiid ü h i e r b i j de t e k s t van
mi dn voordraoht, a o a l s i k die h«demorg«n nogeens hob ^edi
t e e r d , oi^dat O daarvan gebruik kunt maken voor h e t t i j d *
schrift»
Met d© meeste hoogac^tingit
Onder interne fiïmnciSIe politiek wil ik ^vB3?staan het
geheel van alle maatregelen, die de totale vraag xviar goederen en diensten in «en land Tseïnvloedetu Dease totale
•fwiag is gebleken van grote betekeni» te ai;Jn voor de
eoonoraieche toestand van een l&aH, Indien aij sterk toeiu»«Bit zal er een toeneming van de werkgelegenheid Ê5i;3n
met (»n gevaar tot inflatie) indien ai 3 sterk afiae«ffiit aal
ÓM uterklooslieid toenemen en doet er zioh« mit men kan
noeanen, een deflatoir proces voor. De totale vraag naar
goederen en diensten wordt nitgeoefend door de ©onsiiraenteöi
y de "bedrijven en de overheidsinstellingen. Dus niet alleoaa
door de overheid» de overheid kan echter door haar politiek
op deae vraag een grote invloed uitoefenen» Zi3 kan dat
enerzijds doen door haar eigen uitgavei^oliti«k$ door e«a
varhoging der iiitgaven verhoogt ai| niet allean d» vraag,
raaar hrengt zij ook nog kc^pkraoht in circulatie, die door
anderen wederom kan worden nitges?Bvsn; zij kan echter ook
door haar "belastiiigpolitiek en liaor credletpolitiek invloed
uitoefenen* Wanneer aij bijv, de belastingen verlaagt^ laat
aij zodoende laeer koopkracht in handen der particullap«n «n
sohept aldus de mogeli jklieid dat de vraag der particulieren.
toeneemt. Dit geldt ook wasaneer zij een toeneming van haar
\iitgaven financiert door de aohepping van ïiieuw© oredie teru
WazBieer sij daarentegen «en toenailing van haar uitgaven
financiert door verhoogde belastingen is de invloed op de
algemene «eonoraisohe toestand veel geringer. Ten aansien
van de geldoreatie heeft de regering de medewerking van de
centrale bank nodig. Deze laatste kan ook op andere wijze
bij de interne fiimnciSle politiek een rol van betekenia
spelen, '^^/anneer zij namelijk de particuliere baidcen in
1) De schrijver is directeur van het Centraal Planbureau
der Nederlandse regering; de hier gegeven opinie is echter
niet noodzakelijkerwijze die van het C,P,B,
"•nc
«iiOj
f»»® iJg,!??^'
•tJür lï'
•ÏO
8/:> l l ^ ïsne
• w
wm 3teo Cis ^
' ^ : ^
:mm^mw «il «ivljtf
W * W ^ ^ f l « " ^ ^ i*'
•3 JSifï-'
i r,'i.-= ,.ri:r/
'^INl
ij -ui
&'l>:>iji'
XM
*2'
Btaat stelt om op ruime schaal aan het "bedrijfsleven
credlet te verlenen, zal zij daarraede eveneens de mogelijkheid scheppen tot toeneming van de totale vraag naar
goederen en diensten. Men kan dus zeggen, dat de dragers
van de interne financiële politiek In het bijzonder zijn
de regeringen en de centrale bankj daarnaast in een zekere
mate ook de lagere puToliekrechtelijke lichamen en het'
particuliere haïikwezen.
De financiële politiek neemt in "belang steeds toe,
al ware het slechts daardoor, dat de omvang der overheidsbudgetten in vergelijking tot het nationale inkomen steeds
toeneemt. Of men wil of niet, de overheid oefent daardoor
een toenemende invloed uit op de algemene economische
toestand en zal zich haar verantwoordelijkheid te dien
aanzien goed "bewust dienen te zijn. Het is er mee als in
de "buitenlandse politiek: de toenemende "belangrijkheid van
de Verenigde Staten in de wereldeconomie legt dit land
gewild of ongewild de verantwoordelijkheid op aan wereldpolitiek te doeri, omdat zijn invloed steeds groter wordt.
Waarom meen Ik een verdere coördinatie van de interne
financiële politiek, zelfs integratie daarvan, te moeten
iDepleiten ? In de internationale economische politiek
zal samenwerking steeds daar bijzonder nodi^^Jiar de
daden van de ene regering aan het land van een andere regering schade kunnen berokkenen. Dit is om zo te zeggen
een mininumvoorwaarde ten aanzien van de omvang der coördinatie in de economische politiek. Daarnaast kan men de
coördinatie ook nog verdedigen, indien men meent dat daardoor het geheel van een bepaalde groep landen zo sterk
mogelijk wordt gemaakt. Om beide redenen meen ik, dat
een nauwere coördinatie van de interne financiële politiek
gewenst is. Onze minimumvoorwaarde, namelijk het gevaar
dat aan andere landen schade wordt toegebracht, is duidelijk
aanwezig bij alle vormen van internationale handel spoilt iek|
^a
I i ^ LM& ÜX:
zmi^
tot
•M . a e
•••> sr- itBi) ,xr©s5,©s aj.
£.
: rfö® nl
J-e
j>j
idvn
"^S
9b
' 1 ©'Ï93BI Ö£) aïoo sd^ani
j «ia «j-»tf[ "i© IJ:
©ftc
a öÊ qo iki'
'"ï' ei
-sXatf
bïmbklil
:::so a& rx© affgai^^i^&i
n » lïSEifiiioI
rü:
Jt'iiJÖ'ÏO
m&oS
^ o i na®
I»S «* Z
'.it
-
'^IB
• .-«i^iiawi
-ei
'u e b
SXii'ï
s 8 ï oK fiK) a i
,
tüÉimwd •
••3 i&b
a®i
ö/. rr^ni ami
mov.:
"''iZRï) ^ssJb 3n&&rd aem xï*"xr.flx «i....
si-^sijE oa
: 8ai.i£©s
9br
"i a&&
ui
ükienïb
v !yoii JIÜO ©14^"oo
•> iiav Xatfalös JtJxi iooï>
3-
vandaar dat de pogingen tot integratie, zowel in Benelux
als in Europa, in het bijzonder "betrekking hel3"ben op de
internationale handelspolitieke afschaffing van contingenteringen en verlaging van invoerrechten. Het is echter ook
zo, dat de interne financlSle politiek van het ene land gemakkelijk schade kan toebrengen aan de economische toestand
van een ander land. Indien een "bepaald land een politiek van
inflatie volgt, zal dit aanvankelijk wellicht ten «Sfoordele
van andere landen strekken, omdat het eerstgenoemde land
meer vraag gaat uitoefenen, ook in het buitenland, tei»wijl
het zijn eigen concurrentiepositie verzwakt. Doch al spoedig
zullen minder gewenste gevolgen voor de omliggende landen
eveneens optreden. Er zal een prijsstijging ontstaan, die
zich naar andere landen voortplant en het eerstgenoemde land
zal wellicht beperkende maatregelen ten aanzien van het
handelsverkeer moeten nma&n» Wi^ hebben dat nog zeer onlange
kunnen opmerken ten aanzien van Engeland en Frankrijk. Ook
in de jaren van de grote depressie i«-het duidelijk, dat
het proces van deflatie, dat in d© grote landen optrad,
ernstige gevolgen lff."fc/.i#»had o^St voor de econcxnische toestand der kleine landen.
Ik meen ook te kunnen stellen, dat het proces vsun
deflatie, dat Nederland In 1952 heeft doorgemaakt, medeverantv/oordeli jk moet worden gesteld voor d© nK>eili jkheden,
waarin soranige Belgische industrieën zich hebben bevonden
en nog bevinden. Nederland heeft in het jaar 1952 voop
/ 1.8 mld minder In het "buitenland gekocht, dan het zelf
aan het buitenland heeft verkocht. Daar België een belangrijk gedeelte van het handelsverkeer met Nederland verzorgt, moet ook België ten dele last gehad hebben van deze
"drainage", ^eze verklaring van de Belgische moeilijkheden
lijkt mij zelfs van meer belang, dan een verklaring uit
de loonversciiillen, die ook reeds eerder bestaan hebben,
\
\
\
\
\
\
\
\
-£*
XXj'L^Tiü
t-
atc.
..•jot
©.rlv..v
^\Sf -\iLi:,-
j . j -;>VJ
Jjn?,.,. •..•,• oiïB xï9e n,w
Ins. ,^:c;l0T 8iJ-Êrïf.ti
''""••"•
3J..D
• r
./'••r:•-•••"^--^ •••^ a&biUiJ.
©'XSiXCB
;-lBT
-•••'
<5t;
.co..'k
J£o0
.3it-
.^^
•
>J ' - ' . ' £ _
^
O'-U iJjÜ;.,*
— -..-.. .X............ .^4ii« Xïê'-'^'-^-'-'^^yfini oxioai:- •<ïO©^ 2 | [ ^ * - « » t 6
*#rf i l -
. - 3 i i JüOfol'ïaLfr...
'll®s er Sri i»8& «#j%<>3f©B iumliwiisjti
J.i55'J..i;
WJ.,'
.: a^-..h;isw
^uy-.-i.:^v^c! BCii
as
i&d i j | «©Êiaifi JfeXls B^f
n a ^ «••••• --•• - ^ — - —
a^Xjis i,...;_ vi-3«|iX
\
-1+-
Daarbij komt dat het deflatoir proces in Nederland wel
weer eens tot een einde zal komen, hetgeen voor hedoelde
Belgische industrieën een zeker optimisme geoorloofd
maakt.
Ik wil de problemen, die door een eventuele depressie
op de wereldmarkt kunnen rijzen, ook nog illustreren
door een bijzondere zijde naar voren te brengen vaxi d©
Europese ö-emeenschap voor Kolen en Staal, Krachtens het
verdrag, waarbij deze gemeenschap is ingesteld, waarvan
zowel België als Nederland deel uit inaken, heeft de Hoge
Autoriteit onder meer een zekere verantwoordelijkheid
op zich gencHnen wat betreft de zorg voor de werkgele geilheid.
Nu is het echter bekend genoeg, dat de werkgelegenheid
in de staalindustrie ten nauwste samenhangt met de situatie
van de algemene conjunctuur; en &Sm laatste kan noch door
de staalindustrie zelf, noch ook door de Hoge Autoriteit
worden beïnvloed. De algemene conjunctuur situatie kan
slechts worden beïnvloed door interaaationale regeringsmaat regelen van financiële aard. Zou dus inderdaad een depressie dreigen, dan zullen de zorg voor de werkgelegenheid
in de staalindustrie en het voortbestaan van de gemeenschap voor Kolen en Staal in niet onbelangrijke mate afhankelijk zijn van wat er op het gebied van de coördinatie
der financiële politiek v/ordt bereikt.
Sen nauv/ere coordina.tie van de interne financiële
politiek der regeringen moet gezien worden als een onderdeel
van de beweging tot integratie, die thans in Europa In het
algemeen en in Benelux in het bi:]zonder reeds sinds enige
jaren aan de gang is. Naar mijn mening dient deze integratie
niet slechts te bestaan uit het wegnemen van belernmerlngeii,
doch ook uit een positief gedeelte, dat men zou kunnen aanduiden als het voeren van een geaeenschappelijke politiek.
Er is op het ge .led van de conjunctuiirpolitiek, die in
hoofdzaak met financiële middelen kan geschieden, een sterke
behoefte aan een zodanige gelijkrichting der interne politiek.
•I £it
:. •
-iaxrXl.'.
-toil $&b
,
'3Ê go
•8 na neXoS loov
^
.'.il
) ©aaqo'iifa
ai
!kM\f
,
:->v
lijïu
qo
>d a l
jiffi
ib ui
OW
-SSKi"ï9S«'ï ö l
-'3 ^ o X V i ï l ö u Ü ;
«£•'
,jjrjt)iii:.!.,
dX> iUóV I<ei.^.ïj;;i, • t e x l q o
,ixi.9iBü
Ie
Ie
.:.#.,«ii#e a x ü
jjöÈi . -
i © X J ixC»H w i A - i ï ï i ' i ï i 1*'
uöi)iow
iv
i s
J
st^ll
d-x>*3;ow
-.fill «ÏÖL
, ;4yHt'3K*ti*»^ "Xöfo
lèiJiaüvi
i'Sö
-«i0i4"iloq
^ ^ . ak>o
ADA
liooX)
-5-
Bc Tsen ook optlmietiscJb. ten aanzien van de rao elljkheden daartoe. Het is niet waar dat de verschillen tussen de versciiillende Europse landen 30 groot zijn. Het ie niet zo, dat
het ene land volslagen dirigistisch is en het andere land
volslagen staat op het standp\int van staatsonthouding. Dit
is met name ook niet waar voor wat Nederland en Belgi§
"betreft. In België worden tal van maatregelen getroffen,
die afwijken van de volledig vrije economie, terv/ijl in
Nederland een groot gedeelte van"onmiddellijk na de oorlog
Taestaande dirigistische maatregelen is geëindigd.
Wanneer wij mogen uitgaan van de opvatting, dat ter voorkoming van een eventuele depressie of ter verzwakking
daarvan, het gewenst is, dat de interne financiële politiek
der verschillende landen gecoördineerd wordt, dan lijkt het
lalj dienstig aen p'hlgszins theoreti ach | schema voor te leggen
van de wijze waarop deze cooiMinatie zou kunnen worden verwerkelijkt. Er zou op het gebied van de financiSle politiek
voor "'"betrokken landen moeten "bestaan een Hoge Financiële
Autoriteit, Deze Hoge Financiële Autoriteit zou moeten
"bestaan uit twee sectoren met een gemeenschappelijke leiding.
De ene sector zou te vergelijken zijn met de centrale hank
in elk land, de andere met het Ministerie van Financiën*,
De "banksector zou de zorg moeten heb"ben Voor een vlot
verloop van het betalingsverkeer ea zou in staatvmoeten
zijn korte credieten te versti^ekken aan de afzonderlijke
landen. Deze sector zou dus in "belangrijke mate gelijken
op de reeds bestaande Buropse Betalingsunie, De andei»e
sector zou niet slechts moeten te maken hebhen met ©en ',
zeker ger.ieenschappeli jk budget, zoals dat thans reeds in \
verband met de defensie/vc^Skomt en ook in verband met
\
zekere geraeenscliappeli jke investeringen. Daarnaast zal deze
tweede sector bepaaldelijk de taak moeten hebben voor de
V
.«•r-^j»»»
Ofii &b £mvr
imb
^ o s :f0ia- a i
Jdüa «iii. ^
l)£-m.f. 9"i!9r)rïB i&d n© a l
, i ï » *l*»>'^;:r 0® iï-£
ixï
IS.fc-'- -ï^ït
gol'ïoo a5
rföeia..
.'i'XB or
•al
©r
f CAT XJjiftsI d-iö
:•? XIJ3V
tt?l.rwao;iö s t i r ' s ' a-i^'^'-^-tcv eb xiev nss^f;iwl:*
©lè
' ,tIXstÈ)J&lfitr£0~'rtQV e
u^*
u a.i> •
tsci ^mi
iiav q;ouI'Xö7
•:ÜJ098
idTzonderli jke landen vast te stellen hoe groot het tekort
of het overschot op de staatsbegroting zou dienen te zi^ïu
Ik besef dat dit vrij vergaand klinkt, doch ik meen dat
dit standpunt juist is. Het betekent niet, dat daarmee de
totale hoggte van de belastingontvangsten aan het betrokken
land zou moeten worden voorgeschreven» Elk land zou
zijn souvereiniteit in dit opzicht kunnen behouden. Het
beteken.t evenmin, dat over de totale hoogte van de overheidsuitgaven door het internationale 'Ministerie van Pinanci§n beslissingen genomen zouden moeten worden. Het gaat
slechts om het verschil tussen inkomsten en uitgaven. Het is
dit verschil, dat de belangrijkste invloed uitoefent op de
economische toestand van elk der landen en dat een compensatie zou moeten trachten te zijn van de tendenties, die
zich in de particuliere sector van elk der landen laten
aantonen.
De Hoge Financiële Autoriteit zou er in de eerste
plaats voor moeten zorgen, dat tussen de tv/ee sectoren van
haar eigen apparaat een zeer goede coördinatie bestond
en daarnaast, dat de hierboven geschetste coördinatie in
het interne financiële beleid^tot stand komt. Zij zou daarbij
over meer macht moeten beschikken dan tot nu toe ten deel is
gevalden ,..^^an de instellingen, die soox'tgeli jke taken hebben
gehad^ eïi waarop Ik 20 dadelijk j ^ terugkom. Het statuut
waarop de Hoge Financiële Autoriteit moet worden gebaseerd,
zou aan deze zekere rechten moeten toekennen, die het
ook voor sterke landen aantrekkelijk zouden maken tot het
verdrag toe te treden. In^ deze richting zouden reeds
enigermate kunnen werken de mogelijkheden om korte kredieten te verlenen; ook een sterk land kan daaraan af en'toe wel
eens behoefte hebben. Van meer betekenis echter is, dat de
nlt het gemeenschappelijk budget voortvloeiende uitr^aVen ^
bestellingen kunnen meebrengen, die ^ok voor sterke landen
een aantrekkelijke steun voor hun economie kunnen zijn.
XO
ssos. bami
MJ.
.
>ioaoj-
•jfcif l>eoXTiïi ed-3Ki;x-!
.00
v2©© el> al
•taH .
'18 iflas #l:&Jl'xo:f«A
eiSi
om lié n p n i
3» fiüri 'ïooT nxr9#0 e.:
-T
Het is denkbaar dat de Hoge Financiële Autoriteit zowel
door de credl et verlening als door het plaatsen van hestellinrgen een machtsmiddel in handen heeft om landen, die zich
aan de voorschriften van het statuut niet zouden houden,
daartoe te bewegen. Ook is het zeer goed denkhaaPt cLat hij
in georeke blijven van sonmige landen, belemneringen in het
handelsverkeer zouden kunnen worden aangebracht.
Vraagt men welke groep van landen het eerst in staat
zou zijn cm op deze wijze een geïntegreerde financiële
politiek te voeren, dan korat het mij voor dat de {jpoep der
Sch\anian-landen daartoe wellicht het eerst in aanmerking zou
komen. De groep dient toch een zekere miïiiraale grootte te
hebben, opdat een zodanige coördinatie vruchten afwerpt, het
is inmiddels vanzelfsprekend gewenst, dat met name ook de
medewerking van Ie ''"erenigde Staten zou kunnen worden verkregen.
Ongetwijfeld zal men zich afvra^jen of er statistische
methoden bestaan om ds gewenste grootte vast t© stellen
van het deficit of het surplus in een overheidsbegroting.
Op deze technische zijde wil ik in dit referaat niet ingaan,
doch als statisticus veroorloof ik mij te stellen, dat
dit naar mijn mening mogelijk is. Men zal hier niet kn-innen
wachten tot de mogelijkheid er is in alle perfectie, doch de
thans aanwezige mogelijkheden zijn voldoende.
Zoals ik reeds opmerkte is de gedachte .an een gecoördineerde financiële politiek in zoven^e niet nieuw,
dat zij reeds, zij het in zwakkere vorm dan hier is bepleit,
wordt toegepast. Niet alleen dat de landen, aangesloten bij
de Europese Betalingsunie, door deze ter verantwoording
kunnen worden geroepen, doch ook oprailtndlalescliaal bestaat
een iets zwakkere vorm van wederzijdse controle. Alle
regeringen, die leden zijn van de organisatie der Verenigde
Na ies, hebben jaarlijks een rapport uit te brengen aan het
Secretariaat dezer organisatie betreffende de maatregelen.
Ie
tioiuA t "
1. agoH 9b &BÏ> ir.
> a i ^sH
~fi;li,l9J3:>a rxBv n:9ai)'fi«Iq d-an «rc^jr; a l s accJ:fieIi9Vo9li)9«to ei> loob
^iabzrod aebisos. &&lix Ssjüiki^a .terf n«v ix»J-''tii-!oa'>:oov oi5 n«B
èJtïf J-fiJb , 1
; ct9if 8l
3[oO •xiaaaiJiröcf sj- ©od-'issfi
ffi xjöartx-^süïaorü
ar.X o
.' n s v növtilci" silsicfss xii
»i)^ow' neiixioii i:x9lMj-os i6©5li©v8la5rTjsri
•"; iii Jfeït^» jexi ii0ijf£Bl
' sw nam d'sse'xV
^lëiDujinït
iros siïliï'r-
9lri!.>©^v,ediilö3 ns>9 sst.lw ©s©£» qo naa fï^is JJO?
iïi imtss
.fad ii'r
^ eo:i'rBBb ;..
-fisrnxrxfrS
• 11!9©
•tf
.
'iB nsJrfoxj'ïv ai;j-i3nii»^5oo
»« üoo sfiieii iem JT.I> ,;i'ó
9>J
(iisddsri
iuav 3«-t^
.ri»S9T:3i
8rf•oaic^öi:}•F^Ja i s
lo
ai) SIO
to t i
m',xiïjyi j-öln i s i i i lies
Bt xioob «3i.t,
&lla aj.
.
3"etl f i - r
r^iim'^'i a%im *useia Slb
:'rfosv/
t^iSQÏn :ïttiia &it&voE. al ^ x . t i X o g ei."
li'i ©i)is8nlo«sooo
..tiolqöd' a i -xöixi a^fc ancrv s'ït.
,,/i ^i?
,3»i j ; i s HI-SI,
.(iel «fc& i-xii) f ï s e i l
^I .a-effOfc
rf)^ow
i-i.'.
j-.B'iöv 'isd^ &s@f) icibb ,©'
ijK ef)
s aieï
#i*^Xt:
.iê &bn&1
xise
^
-3-
die zij op het .j^bled Vian de 'werkgele,eenheid heoben
getroffen, T>eze rapporten worden ©ona per iem^ in een bljeenkoraat van de Sconomische en Sociale Raad besproken en
d'sarbij is het mogelijk dat kritiek geoefend wordt op het
beleid van sormiige der regeringen* Bit betekent reeds iets;
het zou twintig jaar geleden niet mogelijk zijn geweest.
Toch is de mogelijklieid cm laiiden, die een onjuiste politiek voeren, tot een juiste politiek te "bewegen thans te
"begrensd, Bese zou slechts door de hierboven geschetste
integratie tot staiid kunnen worden gebracht.
Het is dus geenszins uit een "beiioefte tot reglejiienterlng
tot tot centraliöe3?ing dat mijn voorstel tot nadere flnanciSle
integratie voortkomt. Het is door de bril van de econanist
g«zien een noodzakelijke voorwaarde die vervuld j:ioet zijn,
wil de wereld niet bij het/SMBt^Ëi van een nieuvsre depressie
dezelfde wtg opgaan als in de dertiger jaren, d,w,a, de
weg van ^T^erklooBheid en van verbreking vaïi de Internationale
handel sbe trekicingen»
&Xti
•wif .^"'
.r,
,i- as. iioc-
• 44-w .
^Xi/ï,
r
—f-
i « ;riw swui
:i
?OJ
'-i.fr^ .igX .v^%J^
_!•*.
'•••%fW
'^^|p
'si-^iV
^'i* ' ' *:.
t ff-
&-^
'M^''"' •
^ " ^ B » * * ^ ^^'ip'"^- *Jpip^ ,-.^^!pPüW
•^i^WflWP^"-^(^'•^Ca'TB^*^
itsv n»
-i'is;;/
Part of Letter to I. Gillet