CDM8641_NL-RtEUR_TBCOR01_024E002.pdf
- extracted text
-
Prof. Dr J. Tinbergen
Den Haag, 29 december 1955
Sijzenlaan 41,
Aan de heer secretaris van de Senaat van de
Rederlandsche Economische Hoogeschool,
Pieter de Hoochweg 122,
R o t t e r dam.
Waarde secretaris,
Tot mijn spijt ben ik niet in staat de Senaatsvergadering op donderdag 12 januari a.s, bij te wonen, omdat
men mij verzocht heeft de openingsrede te houden van de cursus van het Institute des Etudes Européennes aan de Universiteit te Turijn. Er zijn echter wel twee verzoeken, die ik
aan de vergadering zou hebben te doen.
Het eerste verzoek heeft op mijzelf betrekking. Mij
is verzocht om gedurende zes weken deel te nemen aan het
planningwerk in het Indian Statistical Institute. Ik heb
gemeend dit te moeten aanvaarden en zal daarom van 15 januari tot eind februari afwezig zijn. Met de heren Koyck en
Hartog heb ik besproken hoe mijn college-uren in die tijd
door hen gebruikt zouden kunnen worden, waartegenover ik
later over een aantal uren zou mogen beschikken. Ik hoop,
dat er op deze wijze geen bezwaar tegen bestaat, dat ik gedurende deze periode afwezig ben.
Het tweede verzoek betreft het aanbod aan collega
Theil. Ik zou het bijzonder op prijs stellen, indien de Senaat de mogelijkheid om aan collega Theil een gewoon hoogleraarschap aan te bieden, nogmaals in welwillende overweging zou willen nemen.
ü bij voorbaat dankend voor de aandacht, die u aan
deze beide punten zou willen geven, ben ik met collegiale
groeten.
(J, Tinbergen)
,X^
,i8
Sb
ff„f, y o
a tm.
tutïtmil
iAajui'v.'A'J.yv
t
au'
leos'
V ^amsnc
OBB ffiO J&i
iW, MJ-
t-,^^aa.y ^
.1 ^ner
ixi^a fa9wt% oaxxxw U9S. cmiMOoqi .
ax/s
Part of Letter to Nederlandse Economische Hogeschool, Rotterdam