CDM2071_NL-RtEUR_TBCOR01_004V039.pdf
- extracted text
-
A F S C H R I F T.
SCHEVENINGEN, 22 October 1934.
Beste Koos,
Het geschrift van den heer Lewe van Middelstum heb ik
met belangstelling geizen. Inderdaad origineel en in veel opzichten
sympathie. Economisch is er hier en daar nog al eens een vraagteken
te zetten. Zo b.v. de stelling, dat vier uur werken voldoende zou
zijn; ook de beschouwingen over versobering en over bescherming
bevatten telkens economisch niet zeer begrijpelijke, soms bepaald
onjuiste passages.
Wat mij echter zeer interessant in het geschrift is, is
zijn pleidooi voor iets, waar ik me de laatste tijd ook warm voor
maak, n.l. voor wat ik heb genoemd een basis-inkomen, di. een inkomen, dat door de gemeenschap aan ieder (volwassen) lid wordt
uitgekeerd, cf hij werkt of niet. Het in het bedrijf verdiende
loon zal dan natuurlijk afnei;ien, maar de bestaanszekerheid is
veel groter, mede omdat de werkloosheid er ernstig door zal verminderen. Zowel bij het Plan van de Arbeid (bij de voorbereidingen beter gezegd) als in andere kringen breek ik er diverse lansen voor
en het trof mij, dat ook de heer L.v.M. daarvoor voelt.
Inmiddels, met beste groeten,
je
w.g. Jan Tinbergen.
Part of Letter to Koos Vorrink