CDM7724_NL-RtEUR_TBCOR01_021W054.pdf
- extracted text
-
121*
DA
Vos
pgR30Ca?LIJK
5 Juni
k
Zijne Ejojellentie
de ' i n i s t e r vn.n f^.concrdsohe Zak«n«
Se;2uidenh0Ut 30»
' ö-Graveiiha-e
Overeenkonstig ml^n toezerj;lag doe I k ü h i e r b i j
•en eerste schets toekomen van een n o t i t i e 'betreffeods e9n
Nederlands i n i t i a t i e f ten aanzien vrm dB onderontwlkkeldB
landen, Gealen het In eerste instantie p o l i t i e k e karakter van
het stuk, doe Ik het U toekomen soadftr dat uog enig stab t e i l jk
overleg heeft plaats gehads het heeft ge6n s i n d i t t e openen»
Indien U n i e t In beginsel gevoelt voor een stap a l s hier aan'eduid, vel heb Ik» overeenkomstig ons gesprsk» gelegmahald
gehad wet Minieter ?*:anöiolt over d»3« acmrelegetdield t e spreken en aan deze daarom eveneens een eaenplaar toegezonden* Gkuunoe
sou ik üw toesteamlng hebben <xa, 1::
et txet beginsel
van de gedachte kunt lnBt©"jn»tif oei.
— - . . r t te sendsn aan
een aantal hoofdambtenaren van de rninleternes van Kconoraieohff
en van Buitenlandse Zaken alsmede van Lazidboa»» Vlft£Mn*lj en
Voedselvoorziening en van ?inanci8n, Oaanne ontvang Ik nadere
aanwijzingen ten aanjsien van de door ü laeeat gewenst geachte
gedragsli jn*
( J . Tlnbergtti)
I'
ii^t
I
iiin»^^.
• • l i ; , ^ J.':.,.,
"-i-'v
VEÏlTROWiJ.LIJil
Nederland en lie onderontwikkelde landen
1.
Het vraa/^stuk van de onderontwikkelde landen \.'ordt
geleidelijk een van de belangrijkste v/aarvoor de
wereld zich geplaatst ziet. Zet volgt thans in belangrijkheid reeds onjiiiddeUijk op het vraav;stuk van oor.log
en vï'ede en is er bovendien nauv/ /;ee verbonden, o. idat
het lot van de onderontwikkelde landen daarbij een piint
van grote betekenis uitmaakt, Materieel is welisvaar
het verschijnsel van de lage levensstandaard die deze
landen vertonen in vergelijking tot die van andere landen
niet zo verschillend van wat gedurende vele decennia,
om niet te zeggen eeuv/en, het geval was: deze verschillen
bestaan reeds lang. In de laatste tijd is er echter
een neiging tot steeds verdere divergentie, oiiidat aan
de ene kant de hoog-ontwikkelde landen zich sneller
gaan ont\rikkelen en er aan de andere kant in verschillende minder ontv/ikkelde landen een zekere stagnatie
optreedt. En vooral politiek ligt het vraagstLüc voel
slechter dan voorheen. Do algaiiene nationale be\mstv/ording en het toenemende verkeer maken de tegenstellingen
steeds duidelijker, dié bovendien begri jpcli jkerv/i jze
door de conmiunistische propaganda v/orden beklemtoond.
In V'fest-Europa heeft het vraagstuk nog een speciale
vorm; het gaat daarbij voornamelijk or.i Italië, dat na
een aanvankelijke stabilisatie thans opnieuw, door zijn
eigenschap van onderontwikkeld te zijn in een bijzonder
moeilijke positie begint te komen. Onder de druk van
de omstandigheden is men ten langen leste op grotere
schaal in het zuiden gaan investeren, waardoor nn echter,
ondanks de orthodoxe financiële politiek die mxn ettelijke
jaren heeft gevoerd, opnieuw tekorten op de betalingsbalans zijn ontstaan die v/elhaast onvermijdelijk zijn.
V^anneer in het hiernavolgende een poging v.'ordt
gedaan om een bijdrage te leveren in de richting
van een oplossing van bedoeld vraa.rstuk, daii gescliiedt
dat niet slechts op grond van het Inzicht dat de toestand voor de onderontv/ikkelde gebieden zeer moeilijk
is. Het geschiedt evenzeer uit de overtuiging dat het
belang der ontwikkelde landen op don duur daarmede verbonden is . Deze laatste dreigen steeds meer in oen
politiek isolement te geraken en men zou van de noodzaak ener verzekering tegen ongevallen kunnen spreken,
2,
Er bestaat vrijwel overoenstenraing van inzicht bij
alle betrokken deslcundigen, dat de enige mogelijkheid om aan de divergentie der levensstandaarden een
halt toe te roepen en deze tot een convergentie om te
buigen ligt in belangrijke investeringen In en technische
en bedrijfseconomische opvoeding van do betrokken landen.
Daarnaast is er sprake van een bevolkingsvraagstuk, hetgeen reeds in sonmiige dozcr landen wordt ingezien. Tracht
227 D'5U
-2men zich een denkbeeld te vorraen van de omvang v.n de
noodzakelijke middelen, dan blijkt het dat, v/il iiien
inderdaad binnen afzienbare termijn iets bereiken, het
gaat om bedragen van de orde ven grootte van ;.p ^ - 10
mld per jaar. Wat op dit moment wordt gedaan, Y/ordt
geschat op een omvang van (o 2 mld per jaar. Opheffing
van dit investeringstekort door de onderontwilckelde
gebieden zelf is uitgesloten,* evenzeer de overbrugging
door particuliere investeringen alleen. Het gaat hier
in belangrijke mate era investeringen die geen onmiddellijk in geld te realiseren rendement zullen opleveren.
Het kan zelfs betwijfeld v/orden of de vorm van leningen
door internationale lichainen te verstrekken aan nationale regeringen de meest doelmatige vorm :s. Y/aarschijnlijk is een aanmerkelijk logischer oplossing het ^
fonds perdu verstrekken via een internationaal budget
van een aanmerkelijk deel der benodigde bedragen. Dit
zou betekenen dat voor geruime tijd een overdracht van
middelen van meer ontwikkelde naar minder ontwikkelde
gebieden zou plaats vinden» De analogie met de wijze
waarop de afzonderlijke landen het sociale vraagstuk
hebben behandeld dringt zich hier op: ook daar overdracht van middelen van de economisch sterkeren naar de
economisch zv/akkeren. Er is alle aanleioing deze in de
binnenlandse politiek aanvaarde gedachte ook toe te
passen in de buitenlandse x^olitiek. De tegenstellingen
tussen de landen zijn krasser dan die binnen de 1.inden.
De verdeling van de gemiddelde inkomens per land is
aanmerkelijk ongelijker dan de verdeling van de inkomens binnen een land. Bovendien is het zeer de vraag
of de verschillen tussen de inkomens der landen aan
verschillen in bekv/aamheid e,d. kunnen worden toegeschreven, zoals t.a.v. de inkomensverschillen binnen
êên land voor een belangrijk gedeelte geldt, K-unstiyiatige
belemmeringen in de beweging van mensen en kapitalen
spelen hier waarschijnlijk een veel grotere rol.
Wil het vjesten ook maar enigermate de politieke
leiding behouden, dan zal het moeten tonen dat het zijn
verantwoordelijkheid ten aanzien van de vrije wereld
ernstig neemt. De grote gedachte ven het Marshall-plan
moet opnieuw in toepassing worden gebracht. Terwijl de
communisten omvangrijke programma's hebbon ter verhoging
van de levensstandaard van de landen die onder hun
politieke zeggingsschap geraken, ontbreekt een enigszins
grootse conceptie die daarmee te vergelijken is in het
Westen grotendeels. ï.'ien heeft er eerder de neiging om
achter de eisen van do onderontwikkelde landen aan te
lopen dan te trachten de eisen van de tijd vooruit te
begrijpen,
3.
De tegenwerping vrordt vaak gehoord, dat eigenlijk
het knelpunt bij dit gehele proces niet ligt bij
de bereidheid van de Westerse landen om investeringsmid227 D'5U
-3delen ter beschikking te stelleno doch in het feit
dat in de onderontwikkelde landen zelf ofwel de programma's ontbreken of in het bijzonder ook de mensen die
bij de uitvoering nodig zijn; met name de mensen op
een middelbaar teciinisch, administratief en commercieel
niveau. Voor degenen voor v/ie de ontwikkeling dezer
landen inderdaad het eigenlijke doel ISj kan echter uit
de hier aangehaalde feiten slechts de conclusie getrokken worden dat dus activiteiten op het gebied van de
planning en de vorming nodig zijn^ die opnieuv/ geld
kosten en dat dus ook daar het l-n^lpunt wel degelijk
mede dat der financiële middelen is, Eon kleine illustratie dat het vaak slechts rechtstreeks om de middelen
gaat is het feit, dat de bijdrage van I^edorland aan
UI-:fICEP (het "Kinderfonds" der TOT) in internationaal
verband te laag geacht wordt. Er zijn meerdere voorbeelden aan te halen. De voorbeelden hebben uiteraard niet
slechts op Nederland betrekking,
1+.
Het hierboven kort in de herinnering geroepen
vraagstuk is na enkele aanvankelijke acties in een
bijzonder moeilijke faze gekomen door de geringe medewerking van de Verenigde Staten aan SlM^ïïiD, Het is toe
te juichen dat de Nederlandse delegatie m de IW deze
houding niet heeft gesteund, doch integendeel getracht
heeft verzoenenlop te treden en een positieve v/eg in
te slaan. Deze positieve weg moet verder vervolgd worden. De Regering zal hier uiteraard slechts kunnen
handelen indien zij weet , dat er ook in het Nederlandse volk krachten aanwezig zijn die dit streven
steunen en daarvoor pleiten. In dit verband mag er op
gewezen worden dat naar het voorbeeld van do volksinzameling in Noorwegen in Nederland twee soortgelijke
initiatieven, onderling nog enigszins verschillend, in
uitvoering zijn. Er behoeft niet aan getwijfeld te v/orden dat grote groepen van de Nederlandse bevolking niet
alleen de Regering zullen begrijpen indien zij verdere
stappen doet, doch binnenkort van de Regering zullen
vragen deze stappen te doen„ De grote bedragen die van
alle zijden bijeengebracht zijn ter gelegenheid van de
rampen In 1953 zijn er een aanv/ijzing voor, dat vele zich
deze bedragen vallen getroosten als er slechts een initiatief wordt genomen dat van fantasie getuigt.
5.
Waar het om gaat is dat niet slechts'woorden doch
daden en daden met een zekere minimwn omvang nodig
zijn om het noodzakelijke proces in gang te zetten.
Om de gedachten te bepalen wordt hier gesteld, dat
Nederland bereid moet zijn een bedrag van de orde veii
ƒ 100 min per jaar. voorlopig voor drie jaar, beschikbaar te stellen voor de hierboven beschreven doeleinden,*
hieraan bekendheid moet geven en besprekingen moet voeren
227 D'5U
-i^met een aantal andore VI o, ster se landen teneinde to geraken tot soortgelijke stappen aldaar. Hot bedrag zou
ofwel beschikbaar gesteld 'kunnen v/orden voor STOPPED
ofwel gedeeltelijk voor SlMrED en gedeeltelijk voor
andere instellingen, waaronder b.v, hot zojuist genoemde UNICEF, Dit betekent dus dat SUT^^FED aanmerkelijk
groter zou worden opgezet dan aanvankelijk is besloten.
Een gedeelte zou binnen Europa aangevrcnd kunnen worden,
Ti/aarover in par, 6 nog enkele nadere suggesties worden
gedaan. Het bedrag zou eventueel gedeeltelijk kunnen
v/orden gebonden aan een besteding binnen do groep
van landen die het ter beschikking stellen. Een iets
andere vorm, die vrijwel op hetzelfde zou neerkomen,
zou zijn dat een gedeelte van hot bedrag beschikbaar
gesteld zou kunnen worden in de vorm van surplus-voorraden.
Het vraagstuk van de surplus-voorraden kan namelijk,
zoals nadere bestudering aantoont, slechts een zinvolle
en uitvoerbare oplossing vinden, indien de koopkracht
van de onderontwikkelde landen v/ordt verhoogd. Iedere
andere vorm van het"spuien" van deze voorraden levert
grote organisatiemoeilijkheden op» Ofschoon dus het
bovenstaande niet in de eerste plaats gedacht is als
een oplossing voor het vraagstuk van de surplus-voorraden van landbowvproducten, is het niettemin zo dat
dit vraagstuk moeilijk op een andere wijze opgelost kan
worden (en overigens dan nog slechts gedeeltelijk) dan
langs de weg hierboven aangegeven.
Het is niet uitgesloten en zelfs niet onv/aarschijnlijk dat de ontwikkelde landen binnen afzienbare tijd
het investeringsproces in onderontwikkelde landen zeer
goed zullen kunnen gebruiken ter onderstevming van hun
conjunctuur, Sr zijn tekenen van stagnatie in de particuliere investeringen,die slechts daarom niet opvalt
omdat de publieke investeringen nog zeer hoog zijn,
6,
Toepassing van de hierboven aangegeven denkbeelden
is niet slechts op wereldschaal noodzakelijk, doch
evenzeer binnen de kring der ?/est-Europese landen en het
zou zeker van gebrek aan gevoel voor proporties getuigen, indien men niet een gedeelte van het beschikbare
bedrag in die zin zou aanwenden. De argumenten onder
1,en 2, aangevoerd, zijn voor een gedeelte ook toepasselijk op het vraagstuk van de ontwikkeling van ZuidItalië, Ten aanzien van de Europese samenwerking geldt
ook, dat indien men hier zijn verantwoordelijkheid wil
inzien en een politiek wil uitstippelen die enigennate
van visie getuigt, het nodig zal zijn dat het vraagstuk
van de ontwikkeling van Zuid-Italië gezien v/ordt als een
"urgent internationaal vraagstuk van investeringen". Met
deze termen is het ook gekv/alificeerd in het rapport
van de conjunctuur-deskundigen, die einde April 1954
door de O.E,E.C. te Parijs zijn samengebracht.
227 D'5U
-5-
•
'^
^k
/dat Nederland
Er is ook een zeker verband mot de Europese integratie-politiek in het algemeen, lien mag stellen dat
ook de integratie van Europa, waarvan op den duur de
positie van ons v/crelddeel afhankelijk zal blijken, in
een impasse verkeert^ Het merendeel der in de laatste
jaren genomen initiatieven is vastgelopen. Ten aanzien
van de enige geïntegreerde sector, die van de kolen
en het staal, tekenen zich ernstige vraagstulcken af.
Het besef dringt door dat de toekomst van de kolensector zeer weinig expansie belooft en dat die van de
staalsector zeer afhankelijk is van de algemene investeringsbedri jvigheid in en buiten Europa., v/elke deze
sector zelf niet in de hand heeft. De strategische
beslissingen ten aanzien van de investeringen liggen
precies in de hiervoor aangeduide emgeviiig. Ook om deze
reden moet initiatief ten aanzien van de internationale investeringen een der belangrijkste instrumenten
van economisch beleid zijn,
Te overwegen ware binnen de O.E.E.G, opnieuv/ besprekingen te openen over het stichten van een gemeenschappelijk orgaan, het Europese Ontwikkelingsfonds,
waarvan de functies zouden kunnen zijn:
a, het bijeenbrengen van financiële middelen;
b. het aanwijzen van prioriteiten betreffende de
uitvoering van ontwikkelingsprojecten in
de aangesloten landen;
c, het toewijzen van middelen;
d. toezicht op de besteding- der middelen.
Als Nederlandse bijdrage ware een gedeelte van
het bedrag van ƒ 100 min, hierboven genoemd, b.v. ƒ 20
min aan te bieden,
7, Samenvattend wordt derhalve voorgesteld dat Nedcrland de impasses ten aanzien van het vraagstuk der
onderontwikkelde landen en van de Europese integratie
tracht te doorbreken door zijn bereidheid te vorklaren
een voor zijn doen aanzienlijk bedrag tei- beschikking
te stellen, onder het beding dat andere ontwikkelde
Isjiden dit voorbeeld volgen en dit bedrag gedeeltelijk
ter beschikking van 3UNPED stellen, gedeeltelijk ter
beschikking van een te stichten Europees Ponds, en/onderhandelingen opent betreffende do te verkrijgen coxitraprestaties der onderontwikkelde gebieden. Deze zouden
k\innen liggen in een gedeeltelijke besteding der bedragen in do landen van herkomst en, voor 'Wat de Europese
landen betreft, in tariefconcessies. Daarnaast moet
aan het bedrag echter ook het karakter van een verzekcrings
premie worden toegekend.
227 D'5U
Part of Letter to C.B. Zijlstra