CDM2835_NL-RtEUR_TBCOR01_016C005.pdf
- extracted text
-
/}5
11 Juni 1951
Professor Dr H. Casimir,
p/a Philips' laboratorium,
1 nd h o V e n»
Beste Casirelr,
Sta me toe je ook een keer lastig te vallen^^^ het
geval Henk van Lohuizen. Zowel ds Fetter als Ik'hebben ons èe laatste
tljdviet»v;,aader verdiept in de moeilijke situatie v/aarin deze vakgendii1Éi;7^^|'^komen. Onder de niet zeer talrijke mogelijkheden, die er
voor hê|^p[i5schlen thans zijn weer aan de slag te komen, hopen wij
nog stééféè te mogen tellen werkzaamheden in het natuurkundig laboratorium van Philips. Het schijnt dat er op een aan jou gerichte brief
hieromtrent door van Lohuizen geen antwoord is ontvangen. Ik zou
het bijzonder op prijs stellen wanneer je me geheel openhartig je
oorde'l over het geval zou willen mededelen. Ofschoon de h o T Fetter
en ik wel begrijpen dat er een belangrijk deel eigen schuld is bij
het ontslag dat hem bij het K.N.".T. is verleend, achten wij het
toch .niet geheel uitgesloten dat het anders heeft gelegen; en zelfs
afgezien daarvan is het duidelijk dat deze man iets moet doen. Mocht
'I
je door öfö oordeel te geven daartoe iets kunnen bijdragen, dan ben
ik jQ daarvoor bij voorbaat dankbaar.
,'S#--3i
1 K-. :•
iet vriendelijke-»
M^'
m
Part of Letter to H.B.G. Casimir