CDM4009_NL-RtEUR_TBCOR01_017G002.pdf
- extracted text
-
180
D/T
T/Yos
6 Augustus
?2
De Hooggeleerde Heer
Prof. Dr C, Goedhart, De
Nederlandsche Bank,
Oude Turfmarkt 127,
.'^nsterdarg-C.
mice,
Mag ik nog even terugkomen op het gesprek dat
de heren Schouten en Piebénga laatst met je gehad
hebben over de meting van de omvang der inflatoire
financieringsmiddelen volgens het verslag van de
Nederlandsche Bank op blz. 57 en 58? Bij die gelegenheid heb je verwezen naar de notulen van een der
laatste Bankraad-vergaderingen, die ik tot mijn
spijt zelf niet kon bijwonen. Deze notulen heb ik
ook inderdaad ontvangen, doch voorzover ik v^eet wederom teruggezonden. In verband met druk werk op dat
moment heb ik ze niet met die aandacht gelezen en
vM-geleken m.et het verslag, dia nodig is on de kwestie
'^i de definitie voor mij volkomen duidelijk te maken.
Daarom zou ik het bijzonder op prijs stellen wanneer
ik de betreffende passages van •''ri >iotulen nog een keer
zou mogen ontvangen.
Het is nij nl, nog steeds niet duidelijk hoe
men komt tot een definitie die anders is in geval van
dalende dan in geval van stijgende geldhoeveelheid.
Alvorens op deze kxvestie nauwkeurig in te gaan,doe ik
echter beter alle toelichtingen,die er tot nu toe
gegeven zijn , nog eens nauwkeurig na te l.ezen.
Bij voorbaat bedaiikt voor de moeite die je
zou willen nemen.
Het v r i e n d e l i j k e groeten,
( J , Tinbergen)
Part of Letter to C. Goedhart