CDM7470_NL-RtEUR_TBCOR01_021V007.pdf
- extracted text
-
21 April 1954
De Heer J,M, den UYL,
James Rosskade 1U''»
Amsterdam-V.;
Amice,
Als S««n D, ingezonden stukken opneemt zou ik bijgaand
stukje gaarne ter opname aanbieden, . ocht men deze gewoonte
niet heoben, dan lijkt het mij niet nodig dat ik op ander»
wijze aan het woord kom.
Met vriendelijke groeten.
Rechtvfaardigheid en solid, «riteit
In S.en D, van November 1953 ' heeft Mr H.
Versloot mijn pogingen gekritiseerd om aan het "oepTip
rechtvaardigheid enige nadere inhoud te geven, in"het
Dijzonder in verband met de inkomensverdeling, nii illustreert dmrraede de onenigheid die er tussen verachillendo
groepen der Nederlandse bevolking omtrent de betekenis
vnn dit woord bestaat; een onenigheid waarop ik ook al
gewezen had. Het blijkt dat hij mijn interpretatie van het
woord rechtvaardig niet kan aanvaarden en toch eipenlijk
aan de door mij "naief-liber' al" genoemde de voorkeur
geeft. TTiter?iard straat het ieder vrij om zijn termen zelf
te kiezen en zo blijkt mijn opponent het woord solidariteit een betere uitdrukking te vinden voor wat ik met
rechtvaardigheid heb aangeduid,
Br resten mij dan slechts enkele opmerkingeni
1. Heb ik het mis dat mijn interpretatie van het woord
rechtvaardigheid aansluit bij wat zich de leden van
onze partij daarbij in het algemeen denken ?
2. Wat is de betekenis van "rechtvaardig" volgens
Mr Versloot, indien deze enerzijds uitgaat boven het
rechtmatige, en anderzijds toch nauw aansluit bij de
bestaande orde ?
3. Verandering van een definitie draagt niet bij tot de
oplossing van vraagstxikken. Van meer belang dan kritiek op een term is dan ook een alternatieve oplossing
van de besproken kwesties. Door welke inkoinexisverdeling
- in het geval van de arts en de grondwerker, of in het
geval van de man die meer aardappelen verbouwt dan een
ander, of tenslotte in het geval van de vergelijking
van Amerikaanse en Ver-Oosterse inkomens - wordt nu
de"Bolidariteit" bereikt ? Moeten we verder gaan met
het gelijk maken van de inkomensverdeling en'door
welkeranatregelen? Dat zijn de kwesties waar het om
gaat en voor de oplossing waarvan ik gaarne afstand
doe van een bepr-alde woordkeuze.
J, Tinbergen
(f
r:ïO^
fflfïV
.
iiBfl roo k-
tlrt
tyjoow
^, :-ii
-iC-iJv
?p <*;_ J-1---t--
tXBT
, 3 OÏ
Part of Letter to J.M. den Uyl